ECLI:NL:RBNHO:2016:6303
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.J. de Lange
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-loonaanvullingsuitkering na bezwaar ex-werkgever niet onzorgvuldig
Eiser, werkzaam als broodverdeler, liep in 2011 een bedrijfsongeval op met ernstige brandwonden en psychische klachten, waaronder PTSS. Na een periode van ziekte en een loongerelateerde WGA-uitkering, werd hem vanaf 31 juli 2015 een loonaanvullingsuitkering toegekend op grond van de WIA. De ex-werkgever maakte bezwaar tegen deze uitkering, waarna een herbeoordeling plaatsvond door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige. Zij concludeerden dat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waarna de uitkering werd ingetrokken met een uitlooptermijn van twee maanden.
Eiser stelde dat het vertrouwensbeginsel was geschonden en dat hij onvoldoende gelegenheid had gekregen om bezwaar te maken tegen het intrekkingsbesluit. Ook betwistte hij de medische beoordeling en de geschiktheid van de geduide functies. De rechtbank oordeelde dat eiser terecht was betrokken bij de bezwaarprocedure en dat hem een redelijke termijn was geboden om zijn zienswijze kenbaar te maken. Het ontbreken van een zienswijze werd niet veroorzaakt door een tekortkoming van verweerder.
De medische rapportages waren zorgvuldig tot stand gekomen, inclusief onderzoek door de verzekeringsarts en overleg met een neuroloog. De beperkingen en arbeidsongeschiktheid waren adequaat gemotiveerd. De rechtbank vond geen reden om het medisch oordeel of de arbeidsdeskundige beoordeling te betwijfelen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de intrekking van zijn WIA-loonaanvullingsuitkering wordt ongegrond verklaard.