ECLI:NL:RBNHO:2016:6040

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
20 juli 2016
Publicatiedatum
20 juli 2016
Zaaknummer
C/15/242368 / FA RK 16-2486
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:227 BWArt. 1:231 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot vernietiging adoptiebesluiten niet-ontvankelijk verklaard

De rechtbank Noord-Holland behandelde een verzoek tot vernietiging van adoptiebesluiten van twee minderjarigen. De verzoekster stelde dat de adopties niet langer in het belang van de kinderen waren, mede vanwege het ontbreken van contact en afspraken over naamswijziging na de echtscheiding van de ouders.

De rechtbank overwoog dat de adopties destijds door de bevoegde rechtbanken waren beoordeeld op het belang van de minderjarigen. De aangevoerde rechtsgrond op grond van artikel 1:227 lid 4 BW Pro kon niet leiden tot vernietiging van de adopties. De verwijzing naar een eerdere uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch was niet relevant omdat die procedure een hoger beroep betrof, terwijl hier sprake was van een verzoek in eerste aanleg.

Daarnaast oordeelde de rechtbank dat een verzoek tot herroeping van adoptie op grond van artikel 1:231 BW Pro alleen door de geadopteerde zelf kan worden ingediend. De verzoekster werd daarom niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoeken tot vernietiging van de adoptiebesluiten.

Uitkomst: Verzoek tot vernietiging adoptiebesluiten wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Sectie Familie & Jeugd
locatie Alkmaar
zaak-/rekestnr.: C/15/242368 / FA RK 16-2486
beschikking van 20 juli 2016 betreffende vernietiging/herroeping adoptie
in de zaak van:
[naam] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: [naam] ,
advocaat: mr. P.J. van de Pol, kantoorhoudende te Haarlem,
--tegen--
[naam],
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: [naam] .

1.Procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, met bijlagen, van [naam] , ingekomen op 15 april 2016;
- de brief, met bijlagen, van de advocaat van [naam] , ingekomen op 26 mei 2016.
1.2
Er heeft geen mondelinge behandeling plaatsgevonden.

2.Feiten en omstandigheden

2.1
[naam] en [naam] zijn gehuwd op [huwelijksdatum] in [plaats] .
2.2
Tijdens het huwelijk zijn uit [naam] geboren:
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] .
2.3
Tijdens het huwelijk zijn uit [naam] geboren:
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] .
2.4
Bij beschikking van de rechtbank Amsterdam van 22 maart 2006 is de adoptie uitgesproken van de minderjarige [minderjarige] door [naam] . Die adoptie is blijkens een latere vermelding betreffende adoptie op 4 juli 2006 aan de geboorteakte toegevoegd.
2.5
Bij beschikking van de rechtbank Utrecht van 15 juli 2009 is de adoptie uitgesproken van de minderjarige [minderjarige] door [naam] . Die adoptie is blijkens een latere vermelding betreffende adoptie op 19 oktober 2009 aan de geboorteakte toegevoegd.
2.6
Bij beschikking van de rechtbank Utrecht van 15 juli 2009 is de adoptie uitgesproken van de minderjarige [minderjarige] door [naam] . Die adoptie is blijkens een latere vermelding betreffende adoptie op 19 oktober 2009 aan de geboorteakte toegevoegd.
2.7
De rechtbank Haarlem heeft bij beschikking van [datum] de echtscheiding uitgesproken tussen [naam] en [naam] . Die beschikking is op 2 april 2012 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Voor zover hier van belang is in die beschikking voorts bepaald dat het gezag over de minderjarigen [minderjarige] en [minderjarige] toekomt aan [naam] en dat het gezag over de minderjarigen [minderjarige] en [minderjarige] toekomt aan [naam] .

3.Het verzoek

3.1
[naam] heeft verzocht, waar mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te vernietigen:
- de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 22 maart 2006, waarin de adoptie is uitgesproken van de minderjarige [minderjarige] ;
- de beschikking van de rechtbank Utrecht van 15 juli 2009, waarin de adoptie is uitgesproken van de minderjarige [minderjarige] .
3.2
[naam] baseert het verzoek op het bepaalde in artikel 227, lid 4 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. Onder verwijzing naar de uitspraak van het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch van 5 april 2012 (GHSHE:2010:BW1934) wordt een (nadere) onderbouwing gegeven in de brief van de advocaat van [naam] van 26 mei 2016. [naam] meent dat de adoptie van de minderjarigen [minderjarige] en [minderjarige] niet langer in hun belang kan worden geacht. [naam] en [naam] hebben voorafgaand aan de echtscheiding afgesproken dat zij samen met de door hen zelf gedragen minderjarigen apart gaan wonen. Vanaf medio 2011 wonen [naam] en [naam] met de door hen zelf gedragen minderjarigen apart van elkaar en sindsdien is er geen enkel contact geweest tussen de minderjarigen [minderjarige] en [minderjarige] en [naam] . Ook hebben [naam] en [naam] in het door hen opgestelde ouderschapsplan afgesproken dat zij zullen meewerken aan een naamswijziging als het verzoek zich voordoet. Omdat er geen enkel contact is tussen de minderjarigen [minderjarige] en [minderjarige] en [naam] , meent [naam] dat met name de erfrechtelijke positie van de minderjarige kinderen van [naam] , waardoor de minderjarigen van [naam] worden benadeeld, een rol speelt.

4.Beoordeling

4.1
De rechtbank zal [naam] niet-ontvankelijk verklaren in de verzoeken. Daartoe wordt het volgende overwogen. Bij een verzoek tot adoptie is op grond van het bepaalde in artikel 1:227, vierde lid BW één van de door de rechtbank te beoordelen gronden of de adoptie in het kennelijk belang van de te adopteren minderjarige is. Die beoordeling heeft ten aanzien van de minderjarige [minderjarige] destijds plaatsgevonden door de rechtbank Amsterdam en ten aanzien van de minderjarige [minderjarige] door de rechtbank Utrecht.
4.2
De rechtbank is, anders dan [naam] betoogt, van oordeel dat de door [naam] aangevoerde rechtsgrond niet kan leiden tot het door haar gewenste resultaat, zijnde het terugdraaien van de adoptie door [naam] van de minderjarigen [minderjarige] en [minderjarige] . De verwijzing naar voormelde uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch kan [naam] niet baten. Die procedure betrof het hoger beroep, waarin in eerste aanleg geen inhoudelijke beoordeling had plaatsgevonden, omdat partijen het toen nog met elkaar eens waren. In de onderhavige procedure is geen sprake van een hoger beroep en reeds om die reden gaat de vergelijking mank.
4.3
Voor zover [naam] bedoeld heeft te verzoeken de adoptie te herroepen op grond van het bepaalde in artikel 1:231 BW Pro, leidt dit eveneens tot niet-ontvankelijkheid. Herroeping van de adoptie kan op grond van het bepaalde in artikel 1:231, eerste lid BW immers uitsluitend worden verzocht door de geadopteerde.

5.Beslissing

De rechtbank:
5.1
verklaart [naam] niet-ontvankelijk in de verzoeken.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.E. Allegro, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van A.M. Bergen, griffier en in het openbaar uitgesproken op 20 juli 2016.
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.