ECLI:NL:RBNHO:2016:6032
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- J.I. de Vreese-Rood
- H.M. van Dam
- E.B. de Vries-van den Heuvel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wraking van bestuursrechter wegens vermeende partijdigheid
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de bestuursrechter die de hoofdzaak behandelt, omdat hij meent dat de rechter onpartijdigheid heeft geschonden door de behandeling en uitspraak in een eerdere procedure. Verzoeker baseert dit op de voortvarende uitspraaktermijn en vermeende onvolledigheden in het proces-verbaal van die eerdere zitting.
De rechtbank stelt vast dat het wrakingsverzoek niet ziet op de inhoudelijke beoordeling van de eerdere zaak, maar op de onpartijdigheid van de rechter in de hoofdzaak. Volgens vaste rechtspraak kan het feit dat een rechter een onwelgevallige uitspraak deed in een eerdere zaak niet leiden tot een vermoeden van partijdigheid. Verzoeker heeft geen concrete feiten gesteld die objectief twijfel rechtvaardigen.
De rechtbank benadrukt dat het proces-verbaal een zakelijke weergave is en geen volledig verslag van de zitting. Eventuele onjuistheden kunnen in hoger beroep aan de orde worden gesteld, maar rechtvaardigen geen wraking.
Daarom concludeert de rechtbank dat er geen sprake is van (schijn van) partijdigheid en wijst het wrakingsverzoek af. De hoofdzaak wordt voortgezet onder leiding van de voorzitter van het bestuursrechtteam locatie Haarlem.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de bestuursrechter wordt afgewezen wegens gebrek aan zwaarwegende aanwijzingen voor partijdigheid.