ECLI:NL:RBNHO:2016:5589
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nabetaling WW-uitkering over periode voor bijstandsverlening als vermogen aangemerkt
Eiseres ontvangt sinds februari 2015 een bijstandsuitkering. Het UWV keerde haar in april 2015 een nabetaling van de WW-uitkering uit over de periode van juli 2014 tot april 2015. Verweerder stelde dat het deel van de nabetaling dat betrekking heeft op de periode vóór de bijstand als vermogen moet worden aangemerkt en verrekende dit met het vrij te laten vermogen van eiseres.
Eiseres betwistte deze kwalificatie en stelde dat de nabetaling als uitgesteld inkomen moet worden gezien en dus niet tot het vermogen behoort. Zij verwees naar een eerdere uitspraak van de rechtbank Amsterdam en gaf aan dat zij voorafgaand aan de bijstand geld had moeten lenen.
De rechtbank oordeelde dat de nabetaling van de WW-uitkering niet valt onder uitgesteld inkomen zoals bedoeld in de Participatiewet, omdat het geen betaling betreft die naar haar aard op een later tijdstip wordt uitbetaald dan de periode waarop zij betrekking heeft. De nabetaling heeft betrekking op een periode vóór de bijstand en moet daarom als vermogen worden aangemerkt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De nabetaling van de WW-uitkering over de periode vóór de bijstand wordt als vermogen aangemerkt, waardoor het beroep ongegrond wordt verklaard.