Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
althans in Nederland,
(telkens) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 17] en/of [slachtoffer 18] en/of [slachtoffer 19] en/of [slachtoffer 20] te bewegen tot de ter beschikkingstelling van de bij haar/hun pinpas behorende pincode, in elk geval van (een) gegeven(s), met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid
(telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer geldbedrag(en), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] (zaak 2) en/of [slachtoffer 3] (zaak 3) en/of [slachtoffer 4] (zaak 5) en/of [slachtoffer 5] (zaak 8) en/of [slachtoffer 6] (zaak 10) en/of [slachtoffer 7] (zaak 11) en/of [slachtoffer 21] (zaak 13) en/of [slachtoffer 8] (zaak 14) en/of [slachtoffer 9] (zaak 16) en/of [slachtoffer 10] (zaak 17) en/of [slachtoffer 22] (zaak 18) en/of [slachtoffer 11] (zaak 19) en/of [slachtoffer 12] (zaak 20) en/of [slachtoffer 13] (zaak 21) en/of [slachtoffer 23] (zaak 23), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte en/of haar mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) (telkens) onder haar bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel (te weten door middel van gebruikmaking van (een) gestolen pinpas(sen) en de daarbij behorende (ontfutselde) pincodes).
2.Voorvragen
3.Bewijs
(zaaksdossier 26)blijkt dat zij op 3 juni 2015 rond 18.00 uur werd gebeld door een mevrouw die zei dat zij van de ING bank was. De vrouw stelde vragen over een brief die de bank gestuurd zou hebben en wilde het rekeningnummer en de pincode van aangeefster weten. Omdat aangeefster de vrouw vertrouwde, heeft zij haar rekeningnummer en pincode gegeven. (dossierpagina 817)
(hierna ook: [telefoonnummer 1] ). De politie heeft aan de hand van het gebelde telefoonnummer de naam en het adres van aangeefster achterhaald en is naar aanleiding van de inhoud van het gesprek naar de woning van aangeefster gegaan. (dossierpagina 822/823)
check digitis. Het IMEI-nummer van een toestel wordt over het netwerk verzonden zonder het check digit. Om die reden eindigt een geregistreerd IMEI-nummer in historische verkeersgegevens of een tap altijd op een 0. Dit verklaart dat bijvoorbeeld het IMEI-nummer 356506069356323 in het dossier ook voorkomt als nummer 356506069356320. Dit betreft dus het zelfde IMEI-nummer. Mutatis mutandis geldt voor alle IMEI-nummers die in het dossier voorkomen, dat hetzelfde IMEI-nummer ofwel op een 0 ofwel op een ander cijfer kan eindigen.
Goede morgen heeft u de woning in Zoetermeer nog gr. [voornaam verdachte] .Bij de contacten stond onder meer het nummer [telefoonnummer 3] met de vermelding ‘Ma’. Laatstgenoemd nummer bleek in de landelijke politiesystemen door meerdere personen als telefoonnummer te zijn opgegeven, waaronder de moeder van verdachte, wonende in Capelle aan den IJssel. (dossierpagina’s 305 t/m 308) De rechtbank leidt uit deze gegevens af dat de Samsung GT-1200i uit de blauwe Peugeot door verdachte als privé telefoon werd gebruikt.
waarschijnlijkeris wanneer juist is de hypothese dat het betwiste materiaal is geproduceerd door de spreker van het vergelijkingsmateriaal (verdachte), dan wanneer juist is de hypothese dat het materiaal is geproduceerd door een andere vrouwelijke spreker met een vergelijkbare taalachtergrond als de spreker van het vergelijkingsmateriaal. In de reeks van waarschijnlijkheidstermen van het NFI past deze term bij een bewijskracht in de orde van grootte van 10-100.
De rechtbank interpreteert deze conclusie aldus dat het volgens de deskundige waarschijnlijk is dat de afgeluisterde babbeltrucgesprekken in de zaaksdossiers 7, 8, 15, 21, 22 en 26 door verdachte zijn gevoerd. Hieronder zal de rechtbank beoordelen of er sprake is van andere uit het onderzoek blijkende omstandigheden (de zogenaamde ‘prior odds’) die van invloed zijn op de eindconclusie van de rechtbank.
waarschijnlijkerzijn wanneer de hypothese juist is dat het zogenoemde ‘aanvullend betwiste materiaal’ – spraakuitingen van sprekers die gebruik maken van telefoonnummer [telefoonnummer 10] – is geproduceerd door de spreker van het vergelijkingsmateriaal (verdachte), dan wanneer juist is de hypothese dat het materiaal is geproduceerd door een andere vrouwelijke spreker met een vergelijkbare taalachtergrond als de spreker van het vergelijkingsmateriaal.
veel waarschijnlijkerzijn onder de hypothese dat het aanvullend betwiste materiaal afkomstig is van dezelfde spreker als het materiaal dat bestaat uit de afgeluisterde babbeltrucgesprekken, dan onder de hypothese dat het dit materiaal afkomstig is van een andere vrouwelijke spreker met dezelfde taalachtergrond. In de waarschijnlijkheidsreeks van het NFI komt deze laatste term overeen met een bewijskracht in de orde van grootte van 100 tot 10.000.
Niettemin komt de rechtbank tot een bewezenverklaring met betrekking tot deze zaaksdossiers, en wel op grond van het volgende.
tezamen en in vereniging met één of meer anderen.
Het verweer zal derhalve worden verworpen.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de hoofdstraf
– al dan niet tezamen en in vereniging met (een) ander(en) – bestolen door met de ontvreemde bankpas en verkregen pincode aanzienlijke bedragen van de bankrekening op te nemen. In twee gevallen is deze oplichtingstruc niet geslaagd, maar enkel omdat de slachtoffers hun pincode niet hebben willen afgeven.
7.Beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp
8.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
Tevens komt de rechtbank vergoeding van de gestelde immateriële schade billijk voor, gelet op de ernst van de onder 1 en 3 bewezenverklaarde feiten en de onderbouwing van de vordering ter terechtzitting. In zoverre zal de vordering dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente. Voor het overige wordt de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering, omdat niet is komen vast te staan dat dat deel van de vordering rechtstreeks voortvloeit uit de onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
bewezendat verdachte de onder
1, 2 .en
3.ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.2. weergegeven.
gevangenisstrafvoor de duur van
36 (zesendertig) maanden, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot
12 (twaalf) maanden, nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op drie jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
[slachtoffer 2]geleden materiële schade tot een bedrag van
€ 1.250,00 (één duizend tweehonderdvijftig euro)en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 2] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer 2]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 1.250,00 (één duizend tweehonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
22 (tweeëntwintig) dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.
[slachtoffer 3]geleden materiële schade tot een bedrag van
€ 300,00 (driehonderd euro)en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 3] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer 3]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 300,00 (driehonderd euro), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
6 (zes) dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.
[slachtoffer 5]geleden materiële schade tot een bedrag van
€ 150,00 (honderdvijftig euro)en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 5] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer 5]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 150,00 (honderdvijftig euro), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
3 (drie) dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.
[slachtoffer 6]geleden materiële schade tot een bedrag van
€ 1.250,00 (één duizend tweehonderdvijftig euro)en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 6] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer 6]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 1.250,00 (één duizend tweehonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
22 (tweeëntwintig) dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.
[slachtoffer 11]geleden schade tot een bedrag van
€ 1.169,90 (één duizend honderdnegenenzestig euro en negentig cent), bestaande uit € 1.019,90 voor de materiële en € 150,00 voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 april 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 11] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
€ 1.169,90 (één duizend honderdnegenenzestig euro en negentig cent), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
21 (eenentwintig) dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.
[slachtoffer 12]geleden materiële schade tot een bedrag van
€ 150,00 (honderdvijftig euro)en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 12] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer 12]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 150,00 (honderdvijftig euro), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
3 (drie) dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.
[slachtoffer 4]niet-ontvankelijk in de vordering.
[slachtoffer 17]niet-ontvankelijk in de vordering.
[slachtoffer 18]niet-ontvankelijk in de vordering.
A. [slachtoffer 21]niet-ontvankelijk in de vordering.
[gemachtigde](gemachtigde van wijlen de benadeelde partij [slachtoffer 23] ) niet-ontvankelijk in de vordering.
[slachtoffer 20]niet-ontvankelijk in de vordering.