Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 14 juni 2016 afgelegd;
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen Whatsapp contact [naam 1] – [verdachte] d.d. 26 februari 2015 (dossierpagina’s
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen Whatsapp gesprekken [naam 2] [telefoonnummer] d.d. 3 maart 2015 (dossierpagina’s 46 t/m 50);
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van [getuige]
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 14 juni 2016 afgelegd;
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen aantreffen bankbiljetten in jas [verdachte] d.d. 2 maart 2015 (dossierpagina 20);
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen doorzoeking rolcontainer woning [verdachte] d.d. 4 maart 2015 (dossierpagina 42);
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen forensisch technisch onderzoek valse bankbiljetten d.d. 1 april 2015 (dossierpagina 54).
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sancties
7.Beslissing ten aanzien van het beslag
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
zes (6) maanden, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot drie (3) maanden,
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
€ 5.000,- (zegge: vijfduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door zestig (60) dagen hechtenis.
€ 1.610,- (zegge: eenduizend zeshonderdentien euro).
28 juni 2016.