Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Verloop van de procedure
2.De vaststaande feiten
3.Beoordeling van het verzoek
4.Beslissing
’s-Gravenhage.
Rechtbank Noord-Holland
Verzoekers hebben de rechtbank verzocht om erkenning van een in Taiwan tot stand gekomen adoptie van een minderjarige en subsidiair om omzetting van deze adoptie naar een Nederlandse adoptie. De rechtbank stelt vast dat de adoptie in Taiwan rechtsgeldig tot stand is gekomen en voldoet aan de voorwaarden van artikel 109 Boek Pro 10 BW. De erkenning wordt in het belang van de minderjarige geacht en wordt toegewezen.
Het verzoek tot omzetting van de Taiwanese adoptie naar een Nederlandse adoptie wordt afgewezen omdat de Taiwanese adoptie een sterke adoptie betreft waarbij de familierechtelijke betrekkingen met de biologische ouder(s) worden verbroken. Hierdoor ontbreekt het belang van verzoekers bij omzetting, mede omdat de Nederlandse wetgeving artikel 10:110 lid 2 BW Pro bepaalt dat de gevolgen van de buitenlandse adoptie worden gerespecteerd.
Daarnaast wordt het verzoek tot wijziging van de voornamen van de minderjarige toegewezen en wordt gelast dat de geboorteakte en de erkenning van de adoptie worden ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage. De beschikking is gegeven door kinderrechter M.E. Allegro en griffier A.M. Bergen op 1 juni 2016.
Uitkomst: De rechtbank erkent de Taiwanese adoptie en wijst het verzoek tot omzetting naar Nederlandse adoptie af wegens gebrek aan belang.