Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sancties
7.Toepasselijke wettelijke voorschriften
8.Beslissing
één (1) maand;
Rechtbank Noord-Holland
Op 22 augustus 2013 werd verdachte op Schiphol aangehouden met een contant geldbedrag van €23.265, verstopt in zijn ondergoed. Verdachte gaf wisselende en niet-verifieerbare verklaringen over de herkomst van het geld, dat volgens hem afkomstig was van zijn bedrijf in Nigeria en de verkoop van trucks. De rechtbank achtte het aannemelijk dat het geld uit een misdrijf afkomstig was en dat verdachte dit wist.
De rechtbank verklaarde het ten laste gelegde feit van witwassen bewezen en veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van één maand, met aftrek van voorarrest. Tevens werd een bedrag van €22.500, in beslag genomen bij verdachte, verbeurd verklaard. De rechtbank benadrukte de ernst van witwassen, dat criminele activiteiten in stand houdt en de integriteit van de economie aantast.
De strafoplegging hield rekening met de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is begaan en de persoon van verdachte. Verdachte werd vrijgesproken van overige ten laste gelegde feiten die niet bewezen konden worden. Dit vonnis werd uitgesproken door een meervoudige strafkamer van de Rechtbank Noord-Holland op 15 april 2016.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot één maand gevangenisstraf en verbeurdverklaring van €22.500 wegens witwassen.