ECLI:NL:RBNHO:2016:3744
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens ontoerekeningsvatbaarheid na feitelijke aanranding van een minderjarig meisje
Op 17 juli 2015 drong verdachte midden in de nacht, onder invloed van alcohol en drugs, een woning binnen waar een 11-jarig meisje sliep. Hij pakte haar vast, kneep haar keel dicht en zoende haar tegen haar wil, waarbij het meisje letsel opliep. DNA van verdachte werd rond de mond van het slachtoffer aangetroffen.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit van feitelijke aanranding van de eerbaarheid heeft gepleegd. De verdediging voerde vrijspraak aan, maar dit werd verworpen op grond van de omstandigheden en het bewijs, waaronder het verzet van het slachtoffer en de gedragingen van verdachte.
Psychiater en forensisch psycholoog concludeerden dat verdachte ten tijde van het delict volledig ontoerekeningsvatbaar was door een psychotische stoornis in combinatie met een borderline persoonlijkheidsstoornis en middelengebruik. De rechtbank volgde dit oordeel en sprak verdachte vrij van strafbaarheid, maar gelastte een plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van één jaar.
De rechtbank nam het advies van de deskundigen en de reclassering over, die allen pleitten voor klinische behandeling vanwege het gevaar voor verdachte zelf en de samenleving. Verdachte betwistte de psychische problemen, maar dit werd door de rechtbank niet gevolgd. De dagvaarding was geldig, het OM ontvankelijk en de rechtbank bevoegd.
De rechtbank sprak verdachte vrij van straf, ontsloeg hem van alle rechtsvervolging en legde een maatregel op conform artikel 37 Sr Pro, waarbij hij voor een jaar in een psychiatrisch ziekenhuis wordt geplaatst.
Uitkomst: Verdachte is wegens volledige ontoerekeningsvatbaarheid ontslagen van alle rechtsvervolging en geplaatst in een psychiatrisch ziekenhuis voor één jaar.