Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[naam kind], geboren op [geboortedatum] te Hoorn,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank om het gezag van de moeder over de minderjarige te beëindigen en het gezag aan de vader toe te wijzen. Dit verzoek werd onderbouwd met een rapport waarin werd gesteld dat het kind, gediagnosticeerd met het syndroom van Asperger, sinds juli 2014 bij de vader woont en zich daar goed ontwikkelt. De moeder had een suïcidepoging gedaan, wat leidde tot opname in het ziekenhuis, waarna het kind tijdelijk bij de vader ging wonen.
De rechtbank stelde vast dat het kind ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd indien het gezag bij de moeder blijft en dat de moeder niet in staat is de verzorging en opvoeding binnen een aanvaardbare termijn te dragen. De vader is de feitelijke opvoeder en kan het gezag adequaat uitoefenen. Zowel de ouders, het kind zelf als de gecertificeerde instelling steunden het verzoek.
Op grond van artikel 1:266 lid 1 sub a BW Pro en artikel 1:275 lid 1 BW Pro, in samenhang met artikel 1:245 lid 3 BW Pro, besloot de rechtbank het gezag van de moeder te beëindigen en de vader met het gezag te belasten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten door hoger beroep.
Uitkomst: Het gezag van de moeder wordt beëindigd en het gezag wordt aan de vader toegewezen.