Partijen zijn gehuwd geweest en na hun echtscheiding bleef het gezamenlijk gezag over hun twee minderjarige kinderen bestaan, waarbij de hoofdverblijfplaats bij de moeder was en de vader een kinderbijdrage betaalde. De vader verzocht de rechtbank om het gezamenlijk gezag te wijzigen in éénhoofdig gezag voor de moeder en de kinderbijdrage te verlagen, omdat hij sinds 2014 geen contact meer had met de kinderen en zijn rol als opvoeder niet kon invullen.
De moeder stemde in met het verzoek en ook de Raad voor de Kinderbescherming was betrokken bij de zitting. De rechtbank stelde vast dat er sinds de echtscheiding nauwelijks tot geen communicatie meer was tussen de ouders en dat de vader geen adequate invulling gaf aan het gezag. De rechtbank vond dat het gezamenlijk gezag niet langer in het belang van de kinderen was, mede omdat de vader geen contact meer wilde onderhouden.
De rechtbank nam ook de mening van de minderjarige dochter mee, die instemde met het verzoek. Gelet op de gewijzigde omstandigheden en het belang van de kinderen besloot de rechtbank het gezamenlijk gezag te beëindigen en het gezag aan de moeder toe te wijzen. Tevens werd de kinderbijdrage van de vader verlaagd naar €82,50 per maand per kind vanaf 1 februari 2015.