ECLI:NL:RBNHO:2016:2214
Rechtbank Noord-Holland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wijziging partnerbijdrage ondanks gewijzigde omstandigheden na tweede echtscheiding
De man verzocht de rechtbank om het vonnis van 1990 te wijzigen en de partnerbijdrage aan de vrouw te beëindigen vanwege zijn gewijzigde financiële situatie na zijn tweede echtscheiding. Hij stelde dat het niet-wijzigingsbeding niet meer houdbaar was en dat hij onvoldoende draagkracht had.
De vrouw voerde verweer dat het niet-wijzigingsbeding onverkort van toepassing bleef en dat de man onvoldoende had onderbouwd dat sprake was van een ingrijpende wijziging van omstandigheden. Zij benadrukte haar blijvende behoefte aan de partnerbijdrage en betwistte de financiële positie van de man.
De rechtbank oordeelde dat het niet-wijzigingsbeding mede bedoeld is om het risico van toekomstige wijzigingen bij één partij te leggen. Gezien de omstandigheden en het tijdstip van het sluiten van het beding, behoort het risico van de wijziging aan de man toe. De man had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het onredelijk was om het beding te handhaven.
Daarom wees de rechtbank het verzoek af en bepaalde dat elke partij zijn eigen proceskosten draagt. De rechtbank kwam niet toe aan een hernieuwde beoordeling van de draagkracht van de man.
Uitkomst: Het verzoek tot wijziging van de partnerbijdrage wordt afgewezen en het niet-wijzigingsbeding blijft van kracht.