Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
pogingramkraak Hoorn ) niet in het bevel bewaring overgenomen. Ook in het latere bevel gevangenhouding door de raadkamer is dat niet gebeurd. Voor de zitting van 7 mei 2015 heeft de officier van justitie echter ditzelfde feit, ook in de primaire vorm, wel in de dagvaarding van verdachte opgenomen. Hoewel de dagvaarding voor de zitting van 7 mei 2015 op deze wijze slechts in geringe mate afweek van het bevel bewaring en het bevel gevangenhouding, kon niet langer gesproken worden van een voorlopige dagvaarding, zoals bedoeld in artikel 314a Sv. (HR 10-6-1975, NJ 1975, 306). Dat betekent dat de op 4 januari 2016 gevorderde wijziging ex artikel 314a Sv niet meer mogelijk was. De door de officier van justitie gevorderde toevoeging van een geheel nieuw feit 5 (deelname aan een criminele organisatie) kan derhalve niet worden toegelaten.
2.Voorvragen
3.Inleiding
- feit 1: primair een poging ram-/plofkraak in Hoorn op 30 januari 2015 dan wel subsidiair voorbereidingshandelingen daartoe,
- feit 2: een poging ram- /plofkraak in Haarlem op 30 juni 2013,
- feit 3: een ram- /plofkraak in Spanbroek op 25 januari 2012,
- feit 4: een poging ram- / plofkraak in Hoorn op 3 april 2013.
4.Bewijs
niet[verdachte] is dan wanneer dit wel zo is.
deelgenomenaan de poging ram- en plofkraak. Mede gelet op de andere hiervoor beschreven bevindingen, acht de rechtbank onvoldoende wettig en overtuigend bewezen dat verdachte dit feit heeft medegepleegd.
5.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de sanctie
8.Vordering benadeelde partij
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
135 (zegge: eenhonderdvijfendertig) dagen.