ECLI:NL:RBNHO:2016:1898
Rechtbank Noord-Holland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing gezamenlijk gezag over minderjarige na beëindiging relatie ouders
De vrouw en de vader hebben gezamenlijk verzocht om gezamenlijk gezag over de minderjarige toe te wijzen, aangezien de vader momenteel het eenhoofdig gezag heeft, maar de vrouw feitelijk de zorg draagt. De minderjarige verblijft sinds 2013 bij de vrouw, die een nauwe persoonlijke betrekking met het kind heeft opgebouwd. De moeder heeft het gezag rechtsgeldig overgedragen aan de vader.
De rechtbank beoordeelde de rechtsmacht en het toepasselijke recht, waarbij het Nederlandse recht van toepassing is. Hoewel niet strikt voldaan is aan de eis dat de vrouw en vader gedurende een aaneengesloten jaar gezamenlijk zorg hebben gedragen, is dit wel naar de geest van de wet het geval. De vader speelt een substantiële rol in het leven van het kind en ondersteunt de vrouw in de verzorging.
De rechtbank concludeert dat het verzoek tot gezamenlijk gezag toewijsbaar is, omdat dit aansluit bij de feitelijke situatie en het belang van het kind dient. Er is geen gegronde vrees dat de belangen van het kind worden verwaarloosd. De overige subsidiaire verzoeken worden niet behandeld vanwege de toewijzing van het primaire verzoek.
Uitkomst: De vrouw en de vader worden gezamenlijk belast met het gezag over de minderjarige.