ECLI:NL:RBNHO:2016:164
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte poging ram-/plofkraak en deelname criminele organisatie
De rechtbank Noord-Holland behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van poging tot plofkraak op een ING-bank geldautomaat op 30 juni 2013 en deelname aan een criminele organisatie die zich bezighield met plofkraken en diefstal.
Het onderzoek richtte zich op de vondst van een breekijzer in de kofferbak van een gestolen vluchtauto die gebruikt was bij de kraakpoging. Op dit breekijzer werd een onvolledig DNA-profiel aangetroffen dat overeenkwam met dat van verdachte met een zeer kleine matchkans. Desondanks vond de rechtbank dit onvoldoende om bewezen te verklaren dat verdachte daadwerkelijk betrokken was bij de kraak.
De officier van justitie en de verdediging concludeerden beiden tot vrijspraak, waarop de rechtbank volgde. Ook de vordering tot schadevergoeding van ING Nederland werd afgewezen omdat het ten laste gelegde feit niet bewezen kon worden. De rechtbank sprak verdachte vrij van beide tenlastegelegde feiten en verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van poging plofkraak en deelname aan criminele organisatie wegens onvoldoende bewijs.