Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
gemachtigd raadsman)
27 januari 2016in de zaak tegen:
1.Tenlastelegging
[benadeelde 20] , in elk geval (telkens) enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan verdachte en/of zijn mededader(s);
2.Voorvragen
3.De bewijsmiddelen
onder 1 eerste cumulatief/alternatief, 2, 3 eerste cumulatief/alternatief, 4, 5 eerste cumulatief/alternatief, 6, 7 eerste cumulatief/alternatief en 8 ten laste gelegde feitengaat de rechtbank bij haar beslissing dat verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt uit van de volgende bewijsmiddelen en de daarin vervatte redengevende feiten en omstandigheden [1] :
3. Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door G.J. Hendriks, d.d. 17 augustus 2011 (zaaksdossier 13, p.19 e.v.).
De draagriem van de tas hing over zijn rechter schouder. Ik zag toen het volgende:
4. Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door A. Groot, d.d. 18 november 2015 (zaaksdossier 13, p.28 e.v.).
Foto 5: 15:43:06 uur. Ik zie voor de tweede keer de rechterhand voor het lichaam gaan en dat zijn hoofd zo gebogen is dat de man naar zijn eigen handelingen kijkt.
3. Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door J. Kolkman, d.d. 2 november 2015 (zaaksdossier 14, p.13 e.v.).
4. Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door P.M. Zasada, d.d. 17 november 2015 (zaaksdossier 15, p.12 e.v.).
(De tijd van de geldautomaat loopt 2 minuten en 47 seconden voor op de tijd van de camera).
(De tijd van de geldautomaat loopt 1 min. en 57 sec. voor op de tijd van de camera).
2. Proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 4] d.d. 23 juni 2011 (zaaksdossier 16, p. 1
e.v.).
RABOBANK> RIJN en VEENS> 135212
3.Een geschrift, zijnde een transactieoverzicht behorende bij
4. Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] d.d. 29 juni 2011 (zaaksdossier 16, p. 16 e.v.)
1. Proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 5] namens zichzelf en [benadeelde 6] d.d. 18 juni 2011 (zaaksdossier 17, p. 1 e.v.).
:€ 2.758,75.
4. Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door P.M. Zasada, d.d. 28 oktober 2015 (zaaksdossier 17, p. 19 e.v.).
4. Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door M.A. Brons, d.d. 16 november 2015 (zaaksdossier 18, p. 36 e.v.).
4. Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door K.L. Bouwman, d.d. 16 november 2015 (zaaksdossier 18, p. 27 e.v.).
de rechtbank begrijpt, gelet op de op 14 maart 2013 afgelegde verklaring van aangever [zaaksdossier 5, p.5], het Rabobankfiliaal gelegen aan het Kasteelplein te Weert). Vervolgens is er om 12:44 uur nogmaals zo’n zelfde bedrag gepind bij hetzelfde Rabo-filiaal. Verder is er die dag eerder, namelijk te 12:38 uur, een bedrag van 1.000 euro gepind bij het ABN AMRO-filiaal aan de Emmasingel te Weert.
3. Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door P.M. Zasada, d.d. 28 oktober 2015 (zaaksdossier 5, p. 14 e.v.).
(de rechtbank begrijpt, gelet op het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant Wintjes [zaakdossier 6, p.33]: Roermond) Ik ben het station in Roermondbinnen gelopen en ben richting de kaartjesautomaat gegaan. Ik had van tevoren mijn bankpas van de ABN AMRO al uit mijn portemonnee gehaald en mijn portemonnee in mijn tas terug gedaan. Ik heb na de betaling van mijn kaartje mijn bankpas en mijn treinkaartje in mijn rechterjaszak gedaan en deze afgesloten door middel van een rits. Ik ben vervolgens naar het perron gelopen. Toen de trein aan kwam, ben ik in de trein gestapt. Ik stond in het tussenhalletje om vervolgens naar de coupé te lopen om te gaan zitten. Op dat moment liep er een man tegen mij aan. Ik zal hem man 1 noemen. Ik had niet de tijd om er verder bij stil te staan, want man 2 begon ineens tegen mij te praten. Ik hoorde man 2 in het gebroken Engels, met een buitenlands accent iets aan mij vroeg. Ik zag dat man 2 vervolgens de trein uitstapte en richting de stationshal terugliep.
250,- Euro.
3. Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door M.P.H.C. Erven, d.d. 28 juni 2013 (zaaksdossier 6, p. 22 e.v.).
1. Proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 10] namens zichzelf en [benadeelde 11] d.d. 24 juni 2013 (zaaksdossier 7, p. 1 e.v.).
€ 5.000,- was afgehaald met de bankpas (de rechtbank begrijpt, gelet op onderstaande bedragen, een bedrag van € 5.018,75).
2. Een geschrift, zijnde een overzicht van de op 20 juni 2013 verrichte transacties vanaf rekeningnummer [rekeningnummer] (zaaksdossier 7, p. 7).
3. Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door P.M. Zasada, d.d. 16 juli 2013 (zaaksdossier 7, p. 14 e.v.).
4. Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door P.M. Zasada, d.d. 2 november 2015 (zaaksdossier 7, p. 22 e.v.).
1. Proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 12] d.d. 22 augustus 2013 (zaaksdossier 12, p. 1 e.v.).
2. Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door K.S.F. Wintjes, d.d. 17 november 2015 (zaaksdossier 12, p. 18).
5. Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door J. Geraedts, d.d. 28 oktober 2015 (zaaksdossier 12, p. 10 e.v.).
1. Proces-verbaal van aangifte van M.L.J. Vaes mede namens [benadeelde 13] d.d. 13 september 2013 (zaaksdossier 8, p. 1 e.v.).
2. Een geschrift, zijnde een rekeningafschrift t.n.v. [bedrijf] , rekeningnummer [rekeningnummer] (zaaksdossier 8, p. 26).
3. Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door D. Kakarakis, d.d. 4 oktober 2013 (zaaksdossier 8, p. 12).
4. Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door J. Ouwehand, d.d. 4 oktober 2013 (zaaksdossier 8, p.16).
1. Proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 14] , d.d. 27 september 2013 (zaaksdossier 11, p. 1 e.v.).
3. Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door P.M. Zasada, d.d. 12 november 2013 (zaaksdossier 11, p. 16 ev).
1. Proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 15] d.d. 13 juni 2015 (zaaksdossier 1, p. 1 e.v.).
3. Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door A. Groot, d.d. 12 oktober 2015 (zaaksdossier 1, p. 12).
1. Proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 16] d.d. 10 juni 2015 (zaaksdossier 10, p. 1 e.v.).
2. Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door A.P. van Doorn, d.d. 23 oktober 2015 (zaaksdossier 10, p. 6).
5. Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door I.F.T.M. Berendsen, d.d. 12 augustus 2015 (zaaksdossier 10, p. 18 e.v.).
Verdachte brengt de pinpas met zijn rechterhand naar de invoersleuf. Hierbij is verdachte goed in beeld.
1. Proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 17] d.d. 4 mei 2015 (zaaksdossier 2, p. 1 e.v.).
3. Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door H.A.M. Blokhuis, d.d. 28 oktober 2015 (zaaksdossier 2, p. 21 e.v.).
1. Proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 18] d.d. 18 september 2015 (zaaksdossier 3, p. 1 e.v.).
- Tussen de 30 en 40 jaar oud
- Ongeveer 1.80 – 1.90m
- Postuur: slank, op het magere af
- Ogen: ik denk blauw
- Huidskleur: bleek
- Droeg grijs – zwart getinte kleding
- Droeg gekruist een grote donkergekleurde envelop tas. Zo’n leren postbode tas op zijn rechterheup.
4. Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door J.M. Zandvliet, d.d. 29 september 2015 (zaaksdossier 3, p. 19 e.v.).
5. Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door J.M. Zandvliet, d.d. 29 september 2015 (zaaksdossier 3, p. 25 e.v.).
6. Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door J.M. Zandvliet, d.d. 22 oktober 2015 (zaaksdossier 3, p. 34 e.v.).
7. Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door A. Groot en C. ten Wolde, d.d. 23 november 2015 (tabblad D1, p.10 e.v.).
18 september 2015 de navolgende zendmasten heeft aangestraald:
1. Proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 19] d.d. 13 mei 2015 (zaaksdossier 4, p. 1 e.v.).
3. Proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 19] d.d. 28 oktober 2015 (zaaksdossier 4, p. 6 e.v.).
4. Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door P.M. Zasada, d.d. 11 augustus 2015 (zaaksdossier 4, p. 11 e.v.).
4. Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door D. Scholder, d.d. 18 november 2015 (zaaksdossier 9, p. 14 e.v.).
5. Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door J.M. Zandvliet, d.d. 12 november 2015 (zaaksdossier 9, p. 20 e.v.).
25 september 2015 om 09:31 uur een zendmast in Haarlem heeft aangestraald.
1. Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door I.F.T.M. Berendsen, d.d. 28 oktober 2015 (zaaksdossier 10, p. 25 e.v.).
3.Proces-verbaal van aanhouding, opgemaakt door M.J.L. Bart en D.M. Vroom,d.d. 18 oktober 2015 (tabbladen B1 en B2.).
Ter hoogte van perceel Singel 2A, alwaar gevestigd café Kobalt, zag ik, Bart, een tweetal personen zitten op het terras. Ik zag dat het een manspersoon en een vrouwspersoon betrof. Ik herkende de manspersoon als de persoon die in het programma Opsporing Verzocht werd gezocht in verband met diefstallen gepleegd in Hengelo, Alkmaar en Heemskerk. Tevens is door deze persoon gebruik gemaakt van de gestolen pinpassen door te pinnen bij pinautomaten. Ik herkende de manspersoon aan zijn gezicht en haardracht. Het signalement kwam volledig overeen met de beelden die waren gemaakt bij het gebruik van de gestolen pinpassen. Hierop heb ik de manspersoon aangehouden. De verdachte identificeerde zich middels een op zijn naam gesteld Roemeens rijbewijs als [verdachte] , geboren op [geboortedatum] in Roemenië.
Z1 t/m Z18, herkennen wij als verdachte [verdachte] .
4.Bespreking van de op bewijsuitsluiting gerichte verweren
De rechtbank heeft bij haar oordeel op dit punt mede betrokken dat verdachte niet uitsluitend door voornoemde verbalisanten is herkend. Ook verbalisanten M.J.L. Bart en
J. Zandvliet hebben in de door hun – afzonderlijk – opgemaakte processen-verbaal gerelateerd dat zij verdachte herkennen als de persoon op de screenshots.
5.Bewijsoverweging
6.Bewezenverklaring
[benadeelde 20] .
7.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
8.Strafbaarheid van verdachte
9.Motivering van de sanctie
10.Vorderingen van de benadeelde partijen
€ 113,85 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van het onder 7 ten laste gelegde feit zou hebben geleden. De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade rechtstreeks voortvloeit uit het onder 7 bewezen verklaarde feit. Nu de verdediging geen verweer heeft gevoerd tegen de gevorderde schadeposten, zal de vordering integraal worden toegewezen.
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
1 eerste cumulatief/alternatief, 2, 3 eerste cumulatief/alternatief, 4, 5 eerste cumulatief/alternatief, 6, 7 eerste cumulatief/alternatief en 8ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 6. weergegeven.
30 [dertig] maanden.
[benadeelde 1]geleden schade tot een bedrag van
€ 351,70, bestaande uit materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, aan [benadeelde 1] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[benadeelde 1]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 351,70, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
7 dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.
[benadeelde 4]geleden schade tot een bedrag van
€ 568,83, bestaande uit materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, aan [benadeelde 4] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[benadeelde 4]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 568,83, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
11 dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.
[benadeelde 10]geleden schade tot een bedrag van
€ 401,10, bestaande uit materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, aan [benadeelde 10] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[benadeelde 10]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 401,10, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
8 dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.
[benadeelde 12]geleden schade tot een bedrag van
€ 235,80, bestaande uit materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, aan [benadeelde 12] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[benadeelde 12]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 235,80, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
4 dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.
[benadeelde 13]geleden schade tot een bedrag van
€ 300,-, bestaande uit € 150,- voor de materiële en € 150,- voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 september 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde 13] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[benadeelde 13]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 300,-, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 september 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
6 dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.
[benadeelde 14]geleden schade tot een bedrag van
€ 150,- bestaande uit materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, aan [benadeelde 14] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[benadeelde 14]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 150,-, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
3 dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.
[benadeelde 16]geleden schade tot een bedrag van
€ 273,-, bestaande uit materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, aan [benadeelde 16] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[benadeelde 16]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 273,-, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
5 dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.
[benadeelde 17]geleden schade tot een bedrag van
€ 594,23, bestaande uit materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, aan [benadeelde 17] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[benadeelde 17]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 594,23, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
11 dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.
[benadeelde 18]geleden schade tot een bedrag van
€ 175,-, bestaande uit materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, aan [benadeelde 18] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[benadeelde 18]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 175,-, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
3 dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.
[benadeelde 19]geleden schade tot een bedrag van
€ 113,85, bestaande uit materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, aan [benadeelde 19] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[benadeelde 19]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 113,85, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
2 dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.
[benadeelde 20]geleden schade tot een bedrag van
€ 1.588,69,-, bestaande uit materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, aan [benadeelde 20] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[benadeelde 20]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.588,69,-, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
25 dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.