Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Groot Conserven B.V.,
1.Het procesverloop
2.De feiten
€ 7.060,00 bruto.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
De werknemer is op 15 augustus 2016 op staande voet ontslagen door zijn werkgever Groot Conserven B.V. Hij verzocht de kantonrechter om dit ontslag te vernietigen en daarnaast om betaling van een transitievergoeding. De kantonrechter beoordeelde dat het verzoek tot vernietiging van het ontslag op staande voet binnen twee maanden na het ontslag ingediend had moeten worden, maar pas op 14 november 2016 werd ontvangen, wat te laat is.
Ook het verzoek tot betaling van de transitievergoeding, dat uiterlijk drie maanden na het ontslag ingediend moest worden, werd pas op 9 december 2016 ontvangen, eveneens buiten de vervaltermijn. Hoewel het verzoek tot transitievergoeding als vermeerdering van het eerdere verzoek kon worden gezien, geldt voor dit nieuwe verzoek een eigen vervaltermijn die niet werd gehaald.
De werknemer voerde geen feiten aan die het beroep op de vervaltermijnen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar maken. De kantonrechter oordeelde dat de werknemer tijdig op de hoogte was van het ontslag en tijdig een advocaat inschakelde. Het verzoek werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en de werknemer werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: Verzoek tot vernietiging ontslag op staande voet en transitievergoeding niet-ontvankelijk wegens overschrijding vervaltermijn.