Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
Op grond van dit opvallende gedrag van beide autobestuurders kan naar het oordeel van de rechtbank worden vastgesteld dat de beide auto’s bij elkaar horen. Deze constatering wordt gedaan in een wijk waar op dat moment een speciaal team van de politie is ingezet in verband met drugsproblematiek.
Voor de verbalisanten is het hierboven beschreven gedrag, in combinatie met de overige redenen voor het vermoeden van een druggerelateerde overdracht, aanleiding om beide auto’s aan een onderzoek te onderwerpen. Als een aantal inzittenden uit de auto’s stapt en verbalisanten zich bekendmaken als zijnde politie, reageren de aangesprokenen geschrokken; één van hen tracht weg te rennen en een aantal anderen springt terug in de auto’s, waarna beide bestuurders proberen weg te rijden. Twee verbalisanten moeten opzij springen om niet geraakt te worden. Dit gedrag versterkt het vermoeden dat zich mogelijk een hoeveelheid drugs in de auto’s bevindt.
Tevens ontstaat het vermoeden, dat de verdachte [medeverdachte 2] samen met [verdachte] en [medeverdachte 3] in de onmiddellijke omgeving van de woning van de aangever heeft gepost op diens vertrek naar Almere. Op 7 april 2016 09:03:51 uur bevindt de onder de verdachte [medeverdachte 2] aangetroffen telefoon zich op (de rechtbank begrijpt: straalt aan:) een zendmast aan de Factorij 1 te Zwaag.
Op het doek waarmee de horlogevertegenwoordiger om zijn enkels is vastgebonden wordt DNA, waaronder een mengprofiel, van drie verdachten aangetroffen. Geen van de verdachten heeft een verklaring over zijn betrokkenheid afgelegd.
Met betrekking tot de toedracht van de overval kan worden vastgesteld dat deze "in vereniging”" is begaan, maar kan niet worden vastgesteld de exacte betrokkenheid van ieder van de verdachten. Indien in een dergelijk geval verdachte zelf kort na de diefstal wordt aangetroffen in omstandigheden die ernstige aanwijzingen opleveren voor betrokkenheid bij het strafbare feit, kan sprake zijn van een situatie waarin het uitblijven van een aannemelijke verklaring van de verdachte van belang is voor de beantwoording van de vraag of het tenlastegelegde medeplegen kan worden bewezen. Nu verdachte geen aannemelijke verklaring heeft gegeven voor zijn aanwezigheid in de auto, waarin de gestolen goederen zich bevonden, en voor de hiervoor beschreven bewegingen van telefoons en auto’s – kort gezegd – door Nederland (Hoorn, Almere, Amsterdam en Hoorn) kan het naar het oordeel van de rechtbank, gelet op al het voorafgaande, niet anders dan dat verdachte en zijn mededaders de overval gezamenlijk hebben uitgevoerd en derhalve zo nauw en bewust hebben samengewerkt dat sprake is van het medeplegen van de bewezen verklaarde overval.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten:
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
30 (DERTIG) MAANDEN.
[slachtoffer 1]geleden schade tot een bedrag van
€ 2.000,00 (tweeduizend euro), bestaande uit € 2.000,00 voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 7 april 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 1] .
30 (dertig) dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.
[slachtoffer 2]geleden schade tot een bedrag van
€ 1.400,00 (een duizend en vier honderd euro), bestaande uit € 1.400,00 voor de materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 18 oktober 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 2] .
24 (vier en twintig) dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.