Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Beschikking in de zaak van:
Het procesverloop
Het verzoek
De beoordeling
De beslissing
van woensdag 16 maart 2016 om 9:30 uurvoor het overleggen van een oproepingsexploot door de werknemer.
Rechtbank Noord-Holland
De werknemer heeft een verzoekschrift ingediend om de werkgever te veroordelen tot betaling van salaris en bijkomende vergoedingen. De kantonrechter beoordeelt dat volgens artikel 261 lid 2 Rv Pro gedingen alleen via verzoekschrift kunnen worden ingeleid als de wet dat voorschrijft.
Omdat het hier gaat om een loonvordering uit een arbeidsovereenkomst, waarvoor geen wettelijke uitzondering geldt, moet de vordering via dagvaarding worden ingediend. De uitzondering in artikel 7:686a lid 3 BW geldt alleen als er al een procedure loopt over de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, wat hier niet het geval is.
De kantonrechter beveelt daarom dat het geding wordt voortgezet volgens de dagvaardingsprocedure en verwijst de zaak naar de rol van 16 maart 2016. De werknemer moet de werkgever tijdig oproepen volgens de wettelijke termijnen en formaliteiten.
Deze beslissing is op 17 februari 2016 in het openbaar uitgesproken door kantonrechter P.J. Jansen.
Uitkomst: De vordering van de werknemer moet via dagvaarding worden voortgezet; verzoekschrift niet ontvankelijk.