Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
“She has to work!!”. Tevens gaf [getuige 2] aan dat [slachtoffer 1] in de prostitutie heeft gezeten en dat haar pooier genaamd was: [verdachte]. Ook zou verdachte er als “fish” bij betrokken zijn. Verbalisanten kregen het gevoel dat [slachtoffer 1] ook nu weer zeer beperkt was in haar vrijheid. [9] Op 12 november 2009 wordt [slachtoffer 1] opnieuw door de politie gecontroleerd. [slachtoffer 1] verklaart dan dat ze in de prostitutie werkt in Den Haag en dat ze sinds kort weg is bij een pooier die haar sloeg en haar nu zou bedreigen met een vuurwapen. [slachtoffer 1] geeft aan dat zij verblijft op een adres te Leiden. Verbalisanten spreken met [slachtoffer 1] af dat ze een dag later, op 13 november 2009, terug komt om aangifte te doen. [10] Over verdachte verklaart [slachtoffer 1] niets tijdens deze controles. [slachtoffer 1] komt ook geen aangifte doen.