ECLI:NL:RBNHO:2015:8236
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij afwijzing bijstandsaanvraag wegens gezamenlijke huishouding
Verzoeker heeft een aanvraag om bijstand ingediend die door het college van burgemeester en wethouders van Velsen is afgewezen omdat verzoeker volgens het college een gezamenlijke huishouding voert met de hoofdbewoner van de woning waar hij een kamer huurt.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit en tevens een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter. Tijdens het huisbezoek en de daaropvolgende rapportage is vastgesteld dat er sprake is van gezamenlijke boodschappen, gezamenlijk gebruik van gebruiksgoederen en wederzijdse zorg, wat duidt op een gezamenlijke huishouding.
Verzoeker heeft aangevoerd dat de antwoorden tijdens het huisbezoek verkeerd zijn geïnterpreteerd en dat hij geen gezamenlijke huishouding voert, maar de voorzieningenrechter acht dit onvoldoende aannemelijk. De voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De zaak kan in de bezwaarprocedure verder worden uitgezocht.
Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens gezamenlijke huishouding wordt afgewezen.