Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Ontstaan en loop van de procedure
2.De beoordeling
3.De beslissing
gegrond;
Rechtbank Noord-Holland
Op 4 december 2014 diende de advocaat van verdachte een bezwaarschrift in tegen de beschikking van de rechter-commissaris die het verzoek tot het horen van een getuige had afgewezen. De rechter-commissaris had het verzoek afgewezen omdat de vraag aan de getuige reeds beantwoord was en het verzoek onvoldoende specifiek was.
De rechtbank beoordeelde het bezwaar op 2 februari 2015 achter gesloten deuren. De officier van justitie stelde dat het bezwaar niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat de getuige al uitgebreid had verklaard en de verdediging niet duidelijk had gemaakt welke aanvullende vragen gesteld moesten worden.
De rechtbank oordeelde dat de rechter-commissaris in redelijkheid niet tot haar beslissing had kunnen komen omdat het belang van de verdediging bij het kunnen bevragen van de getuige niet kon worden uitgesloten. Daarom verklaarde de rechtbank het bezwaar gegrond en bepaalde dat de rechter-commissaris de getuige alsnog zal horen.
De beslissing werd genomen door een meervoudige raadkamer van de rechtbank Noord-Holland op 6 februari 2015. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open voor verdachte of officier van justitie.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de weigering tot het verrichten van onderzoekshandeling is gegrond verklaard en de getuige zal worden gehoord.