Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Ontstaan en loop van de procedure
2.De beoordeling
3.De beslissing
gegrond;
Rechtbank Noord-Holland
Op 12 december 2014 diende de raadsman van verdachte een bezwaarschrift in tegen de beschikking van de rechter-commissaris die het verzoek tot het horen van twee getuigen met een verstandelijke beperking had afgewezen. De rechter-commissaris had het verzoek afgewezen omdat het verhoor belastend zou zijn voor deze getuigen.
De rechtbank heeft het bezwaar op 2 februari 2015 behandeld en beoordeeld of de rechter-commissaris in redelijkheid tot haar beslissing had kunnen komen. De rechtbank oordeelde dat het horen van de getuigen kan bijdragen aan de zaak en dat onvoldoende concreet is geworden dat het verhoor de gezondheid en het welzijn van de getuigen zodanig belast dat het ondervragingsrecht van de verdediging moet wijken.
Daarom verklaarde de rechtbank het bezwaar gegrond en bepaalde dat de getuigen alsnog gehoord moeten worden. De rechter-commissaris mag zelf beslissen of hij de getuigen hoort of dit laat doen door gespecialiseerde zedenrechercheurs, waarbij de raadsman van verdachte de mogelijkheid krijgt om aanwezig te zijn en vragen te stellen.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de weigering tot het horen van twee getuigen met een verstandelijke beperking is gegrond verklaard en de getuigen zullen alsnog worden gehoord.