Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
VONNIS VAN DE KANTONRECHTER
[2 passagiers]
[2 passagiers]
De procedure
De feiten
enig bewijs van buitengewone omstandigheden waardoor dit recht op compensatie niet zou gelden, is niet door u geleverd.”
Rechtbank Noord-Holland
De passagiers hadden een vervoersovereenkomst met Etihad Airways voor een vlucht van Amsterdam naar Ho Chi Minh City met een overstap in Abu Dhabi. Door een vertraging van 1 uur en 15 minuten op de eerste vlucht miste men de aansluitende vlucht. De passagiers vorderden compensatie van €1.200,00 op grond van Verordening (EG) 261/2004.
Etihad stelde dat de vertraging werd veroorzaakt door een acute medische noodsituatie aan boord, waardoor het toestel moest terugkeren en een passagier van boord moest worden gehaald. Dit betrof een buitengewone omstandigheid waarop de luchtvaartmaatschappij geen invloed kon uitoefenen en die niet voorkomen had kunnen worden.
De kantonrechter oordeelde dat een acute medische noodsituatie een buitengewone omstandigheid vormt in de zin van de Verordening, omdat het een van buiten komende oorzaak is die niet inherent is aan de normale bedrijfsvoering van de luchtvaartmaatschappij. Etihad had voldoende aangetoond dat zij alle redelijke maatregelen had getroffen om de vertraging te voorkomen.
Daarom werd de vordering van de passagiers afgewezen. De passagiers werden veroordeeld tot betaling van de proceskosten, begroot op € 200,00. Een volledige vergoeding van de door Etihad gemaakte proceskosten werd niet toegewezen omdat Etihad de bewijsstukken niet tijdig had verstrekt.
Uitkomst: De vordering tot compensatie wegens vluchtvertraging werd afgewezen vanwege een acute medische noodsituatie als buitengewone omstandigheid.