Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Geldigheid van de dagvaarding.
3.Bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Opheffing schorsing voorlopige hechtenis
8.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
12 (TWAALF) MAANDEN.
4 (VIER) MAANDEN nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van
DRIEjaren.
- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.
[minderjarige] ,geleden schade tot een bedrag van
€ 3.100,00 ( drie duizend en een honderd euro), bestaande uit
€ 3.100,00 ( drie duizend en een honderd euro), bestaande uit € 100,00 voor de materiële en € 3.000,00 voor de immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 januari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
31 dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.