Uitspraak
[veroordeelde] ,
De vordering
De behandeling ter terechtzitting
Toepasselijke wetsartikelen
Beslissing
20 juli 2015voorwaardelijk in vrijheid zal worden gesteld.
Rechtbank Noord-Holland
Veroordeelde is bij onherroepelijk vonnis veroordeeld tot 32 maanden gevangenisstraf, waarvan de tenuitvoerlegging op 9 november 2013 is aangevangen. De voorwaardelijke invrijheidstelling zou plaatsvinden op 20 juli 2015. Het Openbaar Ministerie vorderde uitstel van deze invrijheidstelling met 90 dagen vanwege een hoog recidiverisico, problematiek rondom huisvesting, psychische en psychiatrische problematiek, middelengebruik en langdurige sociaal-maatschappelijke problemen.
Tijdens de openbare terechtzitting op 14 juli 2015 werd een aanvullend reclasseringsrapport besproken waarin een plan van aanpak was opgesteld en werd geadviseerd om veroordeelde wel in aanmerking te laten komen voor voorwaardelijke invrijheidstelling onder bijzondere voorwaarden. Veroordeelde verklaarde zich bereid deze voorwaarden na te leven.
De rechtbank stelde vast dat de vordering van het Openbaar Ministerie ontvankelijk was, maar concludeerde dat het recidiverisico voldoende wordt ingeperkt door de geadviseerde voorwaarden. Daarom wees de rechtbank de vordering tot uitstel af en bepaalde dat veroordeelde per 20 juli 2015 voorwaardelijk in vrijheid wordt gesteld.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot uitstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling af en bepaalt dat veroordeelde op 20 juli 2015 voorwaardelijk in vrijheid wordt gesteld onder bijzondere voorwaarden.