ECLI:NL:RBNHO:2015:6114
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling wegens recidive cocaïne-invoer
Op 3 juli 2015 heeft de rechtbank Noord-Holland de vordering van het Openbaar Ministerie toegewezen tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling van veroordeelde. Deze herroeping volgt op het feit dat veroordeelde zich binnen de proeftijd van 365 dagen opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit, namelijk de opzettelijke invoer van cocaïne.
Veroordeelde was op 26 november 2014 voorwaardelijk in vrijheid gesteld onder de algemene voorwaarde dat hij zich niet aan strafbare feiten zou schuldig maken. Kort na deze vrijlating is hij veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden wegens het gepleegde delict. De rechtbank oordeelde dat dit een overtreding van de voorwaarden van de voorwaardelijke invrijheidstelling inhoudt.
De verdediging verzocht om afwijzing van de herroeping of om een gedeeltelijke toewijzing, met het oog op een laatste kans en mogelijke koppeling aan de straf in de hoofdzaak. De rechtbank zag echter geen reden om hiervan af te wijken en gelastte de volledige herroeping, waarbij het niet-uitgevoerde deel van 280 dagen alsnog moet worden ondergaan.
De beslissing is genomen door een meervoudige strafkamer en is gebaseerd op artikel 15g van het Wetboek van Strafrecht. De uitspraak bevestigt het belang van naleving van de voorwaarden bij voorwaardelijke invrijheidstelling en de consequenties van recidive binnen de proeftijd.
Uitkomst: De voorwaardelijke invrijheidstelling wordt herroepen en veroordeelde moet 280 dagen gevangenisstraf alsnog ondergaan.