ECLI:NL:RBNHO:2015:6074
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor invoer van circa 2,7 kg cocaïne met deels voorwaardelijke gevangenisstraf
Op 14 december 2014 werd verdachte op Schiphol aangehouden met zes pakketten cocaïne ter grootte van ongeveer 2.724,9 gram. Verdachte verklaarde dat zij onwetend was over de inhoud en dacht marihuana te vervoeren, maar de rechtbank achtte opzet in voorwaardelijke zin bewezen omdat zij de aanmerkelijke kans aanvaardde dat het om cocaïne ging.
De rechtbank stelde vast dat verdachte, die kort daarvoor 19 jaar was geworden, de invoer van een aanzienlijke hoeveelheid cocaïne heeft gepleegd, een stof die schadelijk is voor de volksgezondheid en bestemd was voor verdere handel. Gezien de ernst van het feit en de hoeveelheid drugs, zou de gebruikelijke straf tussen 24 en 30 maanden gevangenisstraf liggen.
Echter, vanwege de jeugdige leeftijd, naïviteit en persoonlijke omstandigheden van verdachte, en haar bereidheid tot begeleiding door de reclassering, besloot de rechtbank een lagere straf op te leggen. Verdachte kreeg een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 7 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, gekoppeld aan bijzondere voorwaarden en toezicht door de reclassering.
De rechtbank legde verder algemene en bijzondere voorwaarden op, waaronder medewerking aan vingerafdrukken, reclasseringstoezicht, en deelname aan trajecten gericht op sociaal netwerk, scholing en werk. De tijd in voorlopige hechtenis wordt in mindering gebracht op het onvoorwaardelijke deel van de straf.
De uitspraak werd gedaan door de rechtbank Noord-Holland op 8 april 2015, waarbij mr. Fuchs wegens verhindering het vonnis niet mede heeft ondertekend.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf, waarvan 7 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden.