ECLI:NL:RBNHO:2015:5517
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek moeder tot gezagswijziging en omgangsregeling voor minderjarige
De rechtbank Noord-Holland behandelde het verzoek van de moeder om met het eenhoofdig gezag over haar minderjarige zoon te worden belast, alsmede het voorwaardelijke verzoek van de oma om een omgangsregeling vast te stellen. De vader had een verweerschrift ingediend met eigen verzoeken tot erkenning en gezag, welke later werden ingetrokken.
De Raad voor de Kinderbescherming bracht een uitgebreid rapport uit waarin werd geadviseerd het gezag bij de oma te laten, omdat zij de primaire verzorger is en de minderjarige zich het sterkst aan haar heeft gehecht. De Raad stelde een tweewekelijkse omgangsregeling voor, die tegemoetkomt aan de behoeften van het kind en minder wisselingen kent dan de eerdere regeling.
De Raad voor Jeugd en Gezinsbescherming stelde voor het gezag tijdelijk aan hen toe te wijzen om de conflicten te verminderen, maar de rechtbank volgde dit niet omdat dit slechts uitstel van een definitieve beslissing zou betekenen. De rechtbank oordeelde dat het belang van het kind het meest gediend is met continuering van de huidige situatie, waarbij de oma het gezag behoudt en het kind bij haar blijft wonen.
Het verzoek van de moeder tot gezagswijziging en het voorwaardelijke verzoek van de oma tot omgangsregeling werden afgewezen. De verzoeken van de vader tot erkenning en gezag werden ingetrokken en als afgedaan beschouwd. De uitspraak werd gedaan door kinderrechter A.S. Friedberg op 1 juli 2015.
Uitkomst: Het verzoek van de moeder tot het verkrijgen van het gezag over haar zoon en het voorwaardelijke verzoek van de oma tot een omgangsregeling werden afgewezen.