ECLI:NL:RBNHO:2015:5122
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Opzettelijke invoer van circa 1,4 kilogram cocaïne via Schiphol bewezen verklaard
Op 14 februari 2015 werd bij een controle op luchthaven Schiphol in de bagage van verdachte, die uit Paramaribo kwam, circa 1,4 kilogram cocaïne aangetroffen in luiers en kleding. De douanespeurhond reageerde op een meerkleurige reistas van verdachte, waarin de verdovende middelen waren verborgen. Verdachte verklaarde aanvankelijk dat de luiers voor haar kinderen waren en gekocht in Suriname, maar gaf later wisselende verklaringen over de herkomst en eigendom van de bagage.
De rechtbank oordeelde dat verdachte opzettelijk de cocaïne had ingevoerd. De wisselende en ongeloofwaardige verklaringen, waaronder het late en ononderbouwde verhaal dat zij goederen voor een ander vervoerde, werden verworpen. Het verweer van de verdediging dat verdachte geen opzet had, werd niet gehonoreerd. Culpoze invoer werd daarmee uitgesloten.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van tien maanden op, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, rekening houdend met de aard en ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder haar moederschap en zwangerschap. De tijd in voorlopige hechtenis wordt in mindering gebracht. Het vonnis werd uitgesproken op 5 juni 2015 door de meervoudige strafkamer van de Rechtbank Noord-Holland.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot tien maanden gevangenisstraf, waarvan vier maanden voorwaardelijk, wegens opzettelijke invoer van circa 1,4 kilogram cocaïne.