ECLI:NL:RBNHO:2015:5118
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor invoer van 2,5 kilogram cocaïne op Schiphol met deels voorwaardelijke gevangenisstraf
Op 3 maart 2015 heeft verdachte op Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk 2,5 kilogram cocaïne binnen het Nederlandse grondgebied gebracht. De rechtbank heeft de dagvaarding geldig verklaard, is bevoegd en verklaart het Openbaar Ministerie ontvankelijk. Verdachte heeft het ten laste gelegde feit bekend tijdens de terechtzitting.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de bekennende verklaring van verdachte, proces-verbalen van onderzoek en aanhouding, en een deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut. De rechtbank acht het bewezen dat verdachte de cocaïne heeft ingevoerd, een stof die onder lijst I van de Opiumwet valt.
De rechtbank overweegt dat de ingevoerde hoeveelheid bestemd moet zijn geweest voor handel en verdere verspreiding, wat ernstige gevolgen heeft voor de volksgezondheid en samenhangt met andere vormen van criminaliteit. Gezien de ernst van het feit is een vrijheidsbenemende straf passend. De verdediging had een taakstraf bepleit, maar dit is afgewezen.
De rechtbank houdt rekening met persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder het verlies van haar baan en het belang van behoud van haar woning waar haar zoon woont. Daarom wordt een deel van de straf voorwaardelijk opgelegd met een proeftijd van drie jaar als stok achter de deur tegen recidive.
De uitspraak is een gevangenisstraf van 21 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest. Verdachte wordt vrijgesproken van andere ten laste gelegde feiten die niet bewezen zijn.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 21 maanden gevangenisstraf waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar.