Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
verweerster.
Rechtbank Noord-Holland
Verzoekster heeft de rechtbank gevraagd ING te verplichten in te stemmen met een schuldregeling waarbij ING een bedrag van €15.000,- ontvangt, wat 11,6% van haar vordering betreft. De ouders van verzoekster zijn mede-schuldeisers en hebben voorwaardelijk afstand gedaan van hun vordering en het bedrag ter beschikking gesteld.
ING weigerde in te stemmen met het akkoord omdat zij het grootste deel van de schuld vertegenwoordigt en het aanbod niet het maximale zou zijn. De rechtbank beoordeelde of ING in redelijkheid tot weigering kon komen, waarbij werd gekeken naar het financiële vermogen van verzoekster, de alternatieven zoals schuldsanering en het belang van beide partijen.
De rechtbank concludeerde dat verzoekster het maximaal haalbare heeft aangeboden gezien haar financiële situatie, gezondheid en arbeidsmogelijkheden. Het belang van ING bij volledige nakoming weegt niet zwaarder dan het belang van verzoekster bij een minnelijke regeling. Daarom is het verzoek toegewezen en is ING veroordeeld in de kosten, die nihil zijn vastgesteld.
Uitkomst: De rechtbank beveelt ING Bank in te stemmen met het aangeboden dwangakkoord en veroordeelt ING in de kosten.