ECLI:NL:RBNHO:2015:3245
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J.M. Verpalen
- C.A.M. van der Heijden
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor invoer van cocaïne ondanks beroep op psychische overmacht
Op 8 januari 2015 heeft verdachte op Schiphol een hoeveelheid cocaïne het Nederlandse grondgebied binnengebracht. Verdachte heeft dit feit bekend en is door de rechtbank wettig en overtuigend bewezen verklaard. De verdediging voerde aan dat verdachte onder ernstige bedreigingen stond die haar noopten tot het handelen, waardoor psychische overmacht zou gelden. De rechtbank oordeelde echter dat dit verweer niet aannemelijk was en verwierp het.
De rechtbank nam de aard en ernst van het feit mee in de strafoplegging. De hoeveelheid cocaïne was aanzienlijk en bestemd voor handel, wat ernstige gevolgen voor de volksgezondheid en de samenleving heeft. Ondanks de ernst van het feit hield de rechtbank rekening met persoonlijke omstandigheden van verdachte en legde een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op met een proeftijd van drie jaar.
Daarnaast werden bijzondere voorwaarden opgelegd, waaronder verplicht contact met de reclassering en medewerking aan begeleid wonen. De rechtbank sprak verdachte vrij van andere ten laste gelegde feiten die niet bewezen konden worden. De straf werd verminderd met de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis had doorgebracht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar.