Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
4.Strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de straf
7.Vordering benadeelde partij [slachtoffer] en schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
NEGENTIG (90) DAGEN, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot
VIERENZEVENTIG (74) DAGEN,
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van
TWEE (2) JARENaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of ten behoeve van vaststelling identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet Pro op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;
[slachtoffer]geleden schade tot een bedrag van
€ 1.398,55, bestaande uit € 648,55 voor de materiële en
€ 750,- voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, aan [slachtoffer], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting en vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 19 mei 2014 tot aan de dag der algehele voldoening;
ZEVENENTWINTIG (27) DAGENhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;