Uitspraak
€ 44.124,24) in totaal € 101.485,21.
Rechtbank Noord-Holland
Veroordeelde is bij arrest van het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf voor betrokkenheid bij het smokkelen van cocaïne en corruptie als Douanemedewerker. Op grond hiervan vordert de officier van justitie ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
De rechtbank hanteert de eenvoudige kasopstelling om het voordeel te berekenen en stelt de periode vast van 1 januari 2006 tot en met 24 mei 2007. De economische eenheid tussen veroordeelde en zijn partner wordt erkend, waardoor ook haar financiële posten worden meegenomen.
De rechtbank verwerpt de verweren van de verdediging over de herkomst van gelden en de afsplitsing van posten. De berekening leidt tot een bedrag van €101.485,21. Gezien de forse overschrijding van de redelijke termijn wordt dit bedrag met €5.000 verminderd, zodat de betalingsverplichting €96.485,21 bedraagt.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht €96.485,21 te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.