Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
15/740033-10 en 15/973743-13 is omschreven. De rechtbank heeft de voeging bevolen van de bij afzonderlijke dagvaardingen aangebrachte zaken. De in deze dagvaardingen opgenomen feiten heeft de rechtbank van doorlopende nummers voorzien. Zij zal die nummering in dit vonnis aanhouden, zodat aan verdachte, na honorering van de vordering tot aanpassing omschrijving tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering, is ten laste gelegd dat:
2.Voorvragen
3.Bewijs
Vrijspraak ten aanzien van feit 2 primair
je bent helemaal vernederd tot op het bot, teruggeven van dat miljoen dat vindt ie nog het ergste, geloof me nou, dat is een vermogen van hem (…) terug naar die jongen’ acht de rechtbank onvoldoende nu deze uitlating ook veronderstellender wijs kan zijn gedaan. De rechtbank is dan ook van oordeel dat, nu onvoldoende is komen vast te staan dat aan [slachtoffer 4] is medegedeeld dat hij een geldbedrag af diende te geven, de ten laste gelegde poging tot afpersing niet wettig en overtuigend kan worden bewezen.
‘hem een pak rammel heeft gegeven’, dat
‘hij helemaal in elkaar daaro ligt’en dat hij niet meer kon doen dan
‘hem een paar kletsen geven daar’. Hoewel de naam van het vermeende slachtoffer [slachtoffer 8] tijdens het gesprek niet door verdachte wordt genoemd, zou, gelet op de overige inhoud van de stukken van deze zaak, wel aangenomen kunnen worden dat het gesprek hier [slachtoffer 8] betreft. [slachtoffer 8] zelf heeft, tijdens de verhoren door de politie en de rechter-commissaris echter niet verklaard door verdachte te zijn geslagen. Ook uit de verklaringen van de door de politie en de rechter-commissaris gehoorde getuigen blijkt dit niet. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de door verdachte in het telefoongesprek gedane uitlatingen onvoldoende steun vinden in andere bewijsmiddelen om tot een bewezenverklaring te komen.
Verdachte heeft samen met een ander [slachtoffer 1] meerdere malen geslagen en geschopt, onder andere tegen zijn hoofd. Door zich aldus te gedragen heeft verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel zou oplopen. Dat dit ook het geval was, blijkt uit de medische gegevens, waarin staat dat [slachtoffer 1] een gebroken kaak, een gebroken neus en een verbrijzelde oogkas heeft opgelopen. Het opzet van verdachte op het toebrengen van zwaar lichamelijke letsel kan derhalve worden bewezen.
[verdachte]: was het maar waar dan sloeg ik hem echt zijn neus weg. [19]
[[slachtoffer 3 alsmede medeverdachte 2] zegt wat is de bedoeling [medeverdachte 1]? [medeverdachte 1] zegt ik wil effe gewoon met je zitten man. [[slachtoffer 3 alsmede medeverdachte 2] zegt ik ook met jou man maar niet meer dan dat. [[slachtoffer 3 alsmede medeverdachte 2] zegt ik heb m'n kaak gebroken. [[slachtoffer 3 alsmede medeverdachte 2] zegt hij is zo sterk. [medeverdachte 1] zegt je kent hem, je hebt al vaker voor ' m geluld. Als hij wel eens iemand neerstompte ging jij toch praten met hem vroeger? [medeverdachte 1] zegt ja vervelend man, onnodig. [[slachtoffer 3 alsmede medeverdachte 2] zegt [medeverdachte 1] luister, effe serieus, ik heb geen zin in problemen. [medeverdachte 1] zegt ik ook niet. [[slachtoffer 3 alsmede medeverdachte 2] zegt je hebt de dingen in een verkeerd perspectief en het is misschien logisch maar daar moeten we over praten. [medeverdachte 1] zegt dat hadden we allang moeten doen. [[slachtoffer 3 alsmede medeverdachte 2] zegt ik heb geen zin [medeverdachte 1] als ik risico loop dat [verdachte]ie weer ontploft of zo. [medeverdachte 1] zegt nee nee daar sta ik garant, je hebt m’n woord…………[medeverdachte 1] heeft allemaal afspraken. [[slachtoffer 3 alsmede medeverdachte 2] kan ook niet met zekerheid afspreken want hij zit op een operatie te wachten.” [25]
zo’n stomp he, hij trilde gewoon door de onderkant van mijn arm heen. Dus dat was echt een kassa. Ik had hem vast’met kracht tegen het hoofd van [slachtoffer 4] heeft geslagen. Uit het dossier blijkt dat verdachte een geoefend vechtsporter is die jarenlang internationaal op het hoogste niveau heeft gevochten. De rechtbank is van oordeel dat verdachte gezien het vorenstaande bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij [slachtoffer 4] zwaar lichamelijk letsel zou toebrengen door hem met gebalde vuist met kracht tegen het hoofd te slaan.
ik dacht jij wacht wel even tot ik wat verder in het verhaal ben, hij is nog niet half in het verhaal en hij krijgt ze vol ntv... boem, boem, boem vast’.Uit dit gesprek kan bovendien afgeleid worden dat kennelijk sprake was van een onderlinge taakverdeling. Kennelijk kwam verdachte zijn taak te vroeg na door [slachtoffer 4] te slaan voordat medeverdachte [medeverdachte 1] zijn verhaal had kunnen afmaken. Gelet op de vooraf gemaakte afspraak, de aanwezigheid van medeverdachte [medeverdachte 1] bij de mishandeling en de onderlinge taakverdeling, is sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1]. Gelet op het vorenstaande komt de rechtbank tot het oordeel dat verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte 1] met voorbedachte raad heeft gehandeld.
: Wat denk je als ik morgen in de stad roep: Hé, jij hoort niet meer bij me, ik ben er klaar mee. Het is gewoon loslopend wild hoor, dan wordt hij van alle kanten...ntv...
?
) [medeverdachte 5] zegt je weet gewoon hier zijn we al drie, vier jaar natuurlijk bang voor, het gaat een keer gebeuren. Ze gaan een keer komen omdat ze weten dat iedereen die hier komt. [69]
[medeverdachte 3], rechtbank).Hij heeft ook wel eens € 50.000,- van de bank gehaald en dat daarin gedaan. Als hem de brandblusser wordt getoond en de onderkant er vanaf wordt geschroefd verklaart verdachte: ik heb zo’n ding van iemand gehad en ja, je kan er inderdaad aankomen. [111]
- een herenhorloge, een Audemars Piguet, serienummer [SERIENUMMER], dat is aangetroffen in de woning van medeverdachte [medeverdachte 1], met een nieuwwaarde van € 88.780,-;
- twee herenhorloges, een Rolex Day Date type 116333 , serienummer [serienummer] en een Rolex Submariner, type 116619LB, serienummer [SERIENUMMER], die zijn aangetroffen in de woning van [medeverdachte 7], met gezamenlijke nieuwwaarde van € 67.800,-;
- twee herenhorloges, Audemars Piguet serienummer [SERIENUMMER] en Audemars Piguet serienummer [SERIENUMMER] die zijn aangetroffen in de woning van verdachte, met een gezamenlijke nieuw- c.q. vervangingswaarde van € 92.000,-;
“jullie heel erg onder de loep liggen”en waarin medeverdachte [medeverdachte 6] wordt gebeld om
“even te kijken wat er precies in de boekhouding staat”acht de rechtbank van belang voor het aannemen van een gestructureerd samenwerkingsverband met een crimineel oogmerk namelijk (gewoonte)witwassen en valsheid in geschrift. Dat er tussen de leden van de groep verschil was in de intensiteit van de onderlinge contacten en in de mate van betrokkenheid bij witwassen en valsheid in geschrift, doet daaraan niet af, nu in ieder geval kan worden vastgesteld dat er sprake was van een gedeelde wens om door middel van het plegen van witwasdelicten en valsheid in geschrift inkomsten te genereren. Nu deze activiteiten gedurende een langere periode hebben plaats gevonden is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een organisatie die tot oogmerk had het gewoontewitwassen en valsheid in geschrift.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
)heeft moeten verweren tegen het slachtoffer, [slachtoffer 1], die op hem sprong, waarbij verdachte op de grond terecht kwam. Er is dientengevolge sprake van een noodweersituatie op grond waarvan ontslag van alle rechtsvervolging dient te volgen, aldus de raadsman.
Gelet op de hiervoor onder feit 2 door de rechtbank vastgestelde redengevende feiten en omstandigheden, was er geen sprake van een opzettelijke, wederrechtelijk aanranding van verdachte door [slachtoffer 1], aangezien het juist verdachte was die het initiatief tot geweld nam door de broer van [slachtoffer 1] te slaan, waarna verdachte vervolgens zelf op [slachtoffer 1] afliep. Onder deze omstandigheden komt aan verdachte geen geslaagd beroep op noodweer toe.
6.Motivering van de straf
- het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 29 mei 2014, waaruit blijkt dat de verdachte reeds eerder ter zake van geweldsdelicten onherroepelijk is veroordeeld;
- het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport gedateerd 13 november 2014 van mw. M. Goudsmit-van Royen als reclasseringswerkster verbonden aan Reclassering Nederland, adviesunit 2 Noord-West.
7.Toepasselijke wettelijke voorschriften
8.Beslissing
ZESENDERTIG (36) MAANDEN;