Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Procesverloop
2.Het standpunt van verzoeker
3.De beoordeling
Ik ben 8 jaar samen met mijn echtgenote, waarvan we 4 jaar zijn getrouwd. Ik ken haar al meer dan 40 jaar.(…)
Rechtbank Noord-Holland
Verzoeker heeft op 24 december 2014 schriftelijk een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter in een lopende civiele zaak, met als reden dat de rechter tijdens de comparitie op 23 juni 2014 de schijn van partijdigheid zou hebben gewekt door bepaalde opmerkingen en gedragingen.
Tijdens de openbare zitting van de wrakingskamer op 19 januari 2015 is het verzoek behandeld waarbij verzoeker en de rechter zijn gehoord. De wederpartij in de hoofdzaak heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid tot horen.
De wrakingskamer heeft onderzocht of de rechter subjectief vooringenomen was en of er objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bestond. Uit de feiten, waaronder aantekeningen van de griffier, bleek geen aanwijzing voor subjectieve vooringenomenheid. Ook was er geen objectief zwaarwegende reden om aan de onpartijdigheid van de rechter te twijfelen.
De opmerkingen van de rechter werden gezien als pogingen om de sfeer te verbeteren en mediation te bevorderen, niet als juridische oordelen of bevooroordeling. De wrakingskamer concludeerde dat de vermeende schijn van partijdigheid niet voldoende is voor wraking.
Het verzoek tot wraking is daarom afgewezen en de hoofdzaak wordt voortgezet onder leiding van de voorzitter van het team kanton, locatie Alkmaar.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de kantonrechter wordt afgewezen wegens ontbreken van aanwijzingen voor vooringenomenheid.