ECLI:NL:RBNHO:2015:2321
Rechtbank Noord-Holland
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Nihilstelling eigen bijdrage Raad voor Rechtsbijstand na gegrondverklaard beklag
Op 20 juni 2014 diende verzoeker een verzoekschrift in tot vergoeding van de door de Raad voor Rechtsbijstand opgelegde eigen bijdrage en een vaste vergoeding voor rechtskundige bijstand in een beklagprocedure ex artikel 552a Sv. De procedure betrof een gegrond verklaard klaagschrift, waarbij de rechtbank oordeelde dat de eigen bijdrage op nihil gesteld moest worden.
De rechtbank baseerde zich op de jurisprudentie van de Hoge Raad, die stelt dat een gegrondverklaring van een klaagschrift gelijkstaat aan het eindigen van een strafzaak zonder strafoplegging. Artikel 44 van Pro de Wet op de rechtsbijstand bepaalt dat in dergelijke gevallen geen eigen bijdrage verschuldigd is.
De Raad voor Rechtsbijstand stelde zich op het standpunt dat restitutie van de eigen bijdrage alleen bij vrijspraak plaatsvindt, maar de rechtbank volgde het standpunt van de officier van justitie en de Centrale Raad voor Rechtsbijstand dat de bijdrage op nihil gesteld moet worden.
De rechtbank verklaarde het verzoek tot restitutie van de eigen bijdrage niet-ontvankelijk, maar kende wel een vergoeding van €275 toe voor de bijstand bij het opstellen en indienen van het verzoekschrift. De beschikking werd op 20 maart 2015 uitgesproken door rechter W.J. van Andel.
Uitkomst: De rechtbank stelde de eigen bijdrage nihil en kende een vergoeding van €275 toe voor de rechtskundige bijstand.