Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 23 maart 2015 in de zaak tussen
[X], wonende te [Z], eiser,
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Zaandam, verweerder.
Procesverloop
€ 5.558.
Rechtbank Noord-Holland
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (ib/pvv) over 2012, waarbij het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen werd vastgesteld op basis van een forfaitair rendement van 4% van de grondslag sparen en beleggen.
Eiser betoogde dat dit percentage niet realistisch is vanwege de lage marktrente en dat het forfaitaire rendement denkbeeldige inkomsten creëert die niet stroken met de werkelijke situatie. Hij stelde dat het percentage aangepast zou moeten worden aan de marktrente, die aanzienlijk lager ligt.
De rechtbank oordeelde dat het forfaitaire rendement van 4% een democratisch vastgesteld wettelijk percentage is, bedoeld voor eenvoud en het voorkomen van belastingontwijking, en niet afhankelijk is van het daadwerkelijk behaalde rendement. De rechtbank verwierp het beroep van eiser en stelde dat de regeling niet in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
Daarnaast wees de rechtbank erop dat eiser alleen tijdig bezwaar had gemaakt tegen de aanslag over 2012, zodat andere jaren niet in dit beroep konden worden meegenomen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2012 blijft gehandhaafd.