Uitspraak
€ 107.250,00 en dat aan veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Rechtbank Noord-Holland
De rechtbank Noord-Holland behandelde de vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van €107.250,00, voortvloeiend uit een eerdere veroordeling voor meervoudige mensenhandel. Veroordeelde had twee vrouwelijke slachtoffers gedwongen tot prostitutie en zich bevoordeeld met de opbrengsten, die deels via moneytransfers naar Roemenië werden verzonden.
De procedure kende meerdere zittingen, waaronder een regiezitting in 2012 waarbij de zaak werd aangehouden. Veroordeelde verscheen niet op de zitting van februari 2015, maar werd vertegenwoordigd door zijn raadsman. De verdediging betwistte deels de hoogte van het bedrag en stelde dat niet alle verdiensten aan veroordeelde waren afgedragen, maar deze stellingen werden door de rechtbank weersproken op basis van verklaringen van slachtoffers en het strafdossier.
De rechtbank stelde vast dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel had verkregen door uitbuiting van de slachtoffers en dat de berekening van het bedrag was gebaseerd op een conservatieve schatting van de verdiensten minus kosten voor het huren van ramen. De vordering tot ontneming werd toegewezen en veroordeelde werd verplicht het bedrag van €107.250,00 aan de Staat te betalen. De rechtbank achtte aannemelijk dat veroordeelde over voldoende financiële draagkracht beschikt om aan deze verplichting te voldoen.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht €107.250,00 aan de Staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.