Uitspraak
6 februari 2015 in de zaak tegen:
Rechtbank Noord-Holland
Op 21 juni 2011 vond in een flat aan de Citerstraat te Purmerend een gewelddadige confrontatie plaats tussen verdachte, zijn medeverdachte en twee aangevers, als onderdeel van een burenruzie. Verdachte en medeverdachte sloegen en schopten aangever [slachtoffer 1], waarbij medeverdachte met een metalen stuurslot op het hoofd sloeg, en pleegden openlijk geweld tegen aangeefster [slachtoffer 2].
De rechtbank stelde vast dat verdachte medepleegde bij de poging tot zware mishandeling van [slachtoffer 1] en openlijke geweldpleging tegen [slachtoffer 2]. Het beroep op noodweer en noodweerexces werd verworpen omdat het geweld disproportioneel was en de grenzen van noodzakelijke verdediging werden overschreden, mede doordat het slachtoffer al weerloos op de grond lag toen het geweld voortduurde.
Verdachte werd als enigszins verminderd toerekeningsvatbaar beschouwd en de redelijke termijn was overschreden. De rechtbank legde een gevangenisstraf van twee weken op, waarvan de uitvoering werd uitgesteld met een proeftijd van twee jaar, en een taakstraf van tachtig uur. De vorderingen van de benadeelden tot schadevergoeding werden niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf, waarvan uitvoering is uitgesteld met een proeftijd van twee jaar, en een taakstraf van tachtig uur wegens medeplegen poging zware mishandeling en openlijke geweldpleging.