Uitspraak
6 februari 2015 in de zaak tegen:
Rechtbank Noord-Holland
De rechtbank Noord-Holland heeft op 20 februari 2015 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het bezit en de opslag van ongeveer 1700 kilogram professioneel vuurwerk zonder de vereiste vergunningen of meldingen. Het vuurwerk bestond uit zwaar professioneel vuurwerk van de hoogste categorieën, waaronder mortierbommen, vuurpijlen, flowerbeds en bangers. Verdachte werd geconfronteerd met een dagvaarding die volgens zijn raadsman onvoldoende duidelijk was, maar de rechtbank verwierp dit verweer en oordeelde dat de dagvaarding voldoende duidelijk en begrijpelijk was.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte opzettelijk deze grote hoeveelheid vuurwerk in Castricum had voorhanden en opgeslagen, waarbij hij grote risico’s nam, onder meer door het vervoer over de openbare weg in een niet-gekeurde bestelbus. Verdachte handelde puur uit winstbejag en had in het verleden al een veroordeling voor soortgelijke feiten. De rechtbank verwierp het strafmaatverweer van de verdediging dat stelde dat het vuurwerk niet goed was onderzocht en dat de gevaarzetting onvoldoende was vastgesteld.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 14 maanden op, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, rekening houdend met de ernst van het feit, de gevaarzetting en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Daarnaast werden de in beslag genomen vuurwerkvoorraden onttrokken aan het verkeer en een mobiele telefoon verbeurd verklaard. Diverse computers en telefoons werden teruggegeven aan verdachte. De straf houdt rekening met het feit dat verdachte een zelfstandig ondernemer is met personeel, waardoor een volledige onvoorwaardelijke straf niet passend werd geacht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 14 maanden gevangenisstraf, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, wegens het bezit en de opslag van circa 1700 kilogram zwaar professioneel vuurwerk zonder vergunning.