Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Procesverloop
9 december 2015, alwaar zijn verschenen: verzoeker en de rechter. Na afloop van de mondelinge behandeling is de zitting geschorst voor beraad waarna mondeling uitspraak is gedaan.
Rechtbank Noord-Holland
Verzoeker heeft op 9 december 2015 tijdens een zitting verzocht om wraking van de rechter die betrokken is bij de hoofdzaak bij de rechtbank Noord-Holland, afdeling privaatrecht, sectie Familie & Jeugd. De wrakingskamer heeft het verzoek terstond behandeld en de rechter heeft niet in de wraking berust.
Verzoeker stelde dat de rechter niet voldeed aan het vereiste van gelijke en eerlijke behandeling, omdat de rechter alleen waarde zou hechten aan schriftelijke verklaringen van anderen, wat volgens verzoeker neerkomt op discriminatie en het wegnemen van wettelijke waarborgen. De wrakingskamer heeft dit betoog getoetst aan de subjectieve en objectieve toets voor wraking.
De wrakingskamer oordeelde dat verzoeker geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die een zwaarwegende aanwijzing vormen voor vooringenomenheid of objectieve vrees voor partijdigheid. Het verzoek tot wraking is daarom afgewezen. Tevens is verzoeker erop gewezen dat een volgend wrakingsverzoek tegen dezelfde rechter in dezelfde hoofdzaak niet in behandeling zal worden genomen, tenzij er nieuwe feiten of omstandigheden worden aangevoerd.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens ontbreken van feiten die vooringenomenheid of objectieve vrees voor partijdigheid rechtvaardigen.