Verweerder heeft aan een derde-partij een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van een researchcentrum na het slopen van een bestaand bedrijfspand. Verzoeker, wonende op aanzienlijke afstand van de locatie, maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening.
Tijdens de zitting op 22 december 2015 werd vastgesteld dat verzoekers woning en schuur meer dan 350 meter van de bouwlocatie liggen, en dat er geen direct zicht is op de nieuwbouw vanaf het bebouwde erf. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker zich onvoldoende onderscheidt van andere omwonenden en dat het belang onvoldoende rechtsreeks bij het besluit betrokken is.
Verzoekers argument dat hij als voormalig gemeenteraadslid een groter belang heeft, werd niet gevolgd. De voorzieningenrechter benadrukte dat een subjectief gevoel van betrokkenheid niet volstaat om als belanghebbende te worden aangemerkt.
Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen en het bezwaar van verzoeker naar verwachting niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.