De huurder huurt sinds 2009 een woning van Stichting Kennemer Wonen. Na zijn huwelijk en samenwoning met zijn partner in 2014 daalde hun gezamenlijk inkomen door de overgang van twee AOW-uitkeringen voor alleenstaanden naar één voor gehuwden. Kennemer Wonen verhoogde de huur per 1 juli 2014 met 6,5%, gebaseerd op het inkomen van 2012, terwijl huurder betoogde dat het inkomen in 2014 leidend moest zijn.
De huurcommissie oordeelde aanvankelijk dat de huurverhoging redelijk was, maar huurder ging in verzet. De kantonrechter oordeelt dat het peiljaar voor inkomensafhankelijke huurverhoging 2012 is, maar dat Kennemer Wonen het bezwaar van huurder als een verzoek om huurverlaging had moeten behandelen vanwege de inkomensdaling in 2014.
Omdat de AOW-uitkering de enige inkomstenbron is en er geen aanwijzingen zijn voor neveninkomsten, stelt de kantonrechter de huurprijs per 1 juli 2014 vast op een lager bedrag dan Kennemer Wonen had berekend. Kennemer Wonen wordt veroordeeld tot terugbetaling van te veel betaalde huur en in de proceskosten.