Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Procedure
2.Feiten en omstandigheden
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], en
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats].
Rechtbank Noord-Holland
De vrouw verzocht de rechtbank om vaststelling van een kinderbijdrage van €175 per maand door de man voor de kosten van hun minderjarige kind. Partijen hebben nooit samengewoond en zijn medio 2012 uit elkaar gegaan. De rechtbank stelde de behoefte van het kind vast op basis van het gemiddelde inkomen van beide ouders, waarbij rekening werd gehouden met het kindgebonden budget dat de vrouw ontvangt.
De man voerde verweer en stelde dat hij al een lagere bijdrage had betaald en dat de vrouw niet-ontvankelijk zou zijn vanwege bewindvoering. De rechtbank oordeelde dat de vrouw ontvankelijk was omdat zij onder een vrijwillig bewind staat en niet onder curatele. De ingangsdatum van de bijdrage werd vastgesteld op 1 november 2014, omdat de man daarna geen bijdrage meer betaalde.
De rechtbank berekende de behoefte van het kind op €118 per maand in 2015, waarbij het kindgebonden budget van de vrouw werd meegeteld. Dit budget overtrof de behoefte, waardoor de bijdrage vanaf 1 januari 2015 op nihil werd gesteld. Daarnaast werd rekening gehouden met de terugbetalingsverplichting van de man aan het UWV, waardoor zijn draagkracht onvoldoende was om een bijdrage te betalen.
Gelet op deze omstandigheden wees de rechtbank het verzoek van de vrouw af en stelde dat de man geen kinderbijdrage verschuldigd is vanaf 1 januari 2015.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van kinderbijdrage wordt afgewezen omdat de draagkracht van de man onvoldoende is en het kindgebonden budget de behoefte van het kind dekt.