ECLI:NL:RBNHO:2014:9955

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
29 oktober 2014
Publicatiedatum
24 oktober 2014
Zaaknummer
3127007 \ CV EXPL 14-6077
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering achterstallige premie wegens onvoldoende bewijs totstandkoming verzekering

Achmea Schadeverzekeringen vordert betaling van achterstallige premie voor een woonverzekering die via internet op naam van gedaagde zou zijn afgesloten. Gedaagde betwist echter de aanvraag te hebben gedaan en stelt dat de polis niet op haar naam staat. Zij vermoedt dat een derde, mogelijk haar ex-man, de aanvraag heeft gedaan.

Achmea legt een printscreen over als bewijs van de aanvraag, maar deze bevat verkeerde initialen en is onvoldoende om aan te tonen dat gedaagde zelf de aanvraag heeft ingevuld. Het ontbreken van een handtekening op de aanvraag wordt door de rechtbank als een belangrijk gemis gezien, dat voor risico van Achmea komt.

De rechtbank oordeelt dat onvoldoende is komen vast te staan dat er een overeenkomst tussen partijen bestaat. Daarom wordt de vordering van Achmea afgewezen en worden de proceskosten aan haar opgelegd.

Uitkomst: De vordering tot betaling van achterstallige premie wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van het bestaan van de verzekeringsovereenkomst.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht
Sectie Kanton – locatie Haarlem
zaak/rolnr.: 3127007 \ CV EXPL 14-6077
datum uitspraak: 29 oktober 2014

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake
Achmea Schadeverzekeringen N.V.
te Apeldoorn
eiseres
hierna te noemen Achmea
gemachtigde A.H. Groenewegen
tegen

A.G. [gedaagde]

te [woonplaats]
gedaagde
hierna te noemen [gedaagde]
procederend in persoon.

De procedure

Achmea heeft [gedaagde] gedagvaard op 9 mei 2014. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord.
Nadat de kantonrechter had beslist dat de zaak zich niet leent voor een comparitie van partijen na antwoord, heeft Achmea schriftelijk op het antwoord gereageerd, waarna [gedaagde] nog een schriftelijke reactie heeft gegeven. Vonnis is bepaald op heden.

De feiten

  • Op 30 oktober 2013 heeft Achmea een internetaanvraag ontvangen voor een woonverzekering op naam van “mevrouw A.H. [gedaagde]”.
  • De verzekering omvat een aansprakelijkheids- en een inboedelverzekering en is ingegaan op 1 november 2013.
  • Achmea heeft diverse facturen toegezonden aan [gedaagde], die zij onbetaald heeft gelaten.
  • De verzekering is op 28 januari 2014 door Achmea beëindigd.

De vordering

Achmea vordert (samengevat) veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 87,20, bestaande uit
€ 38,34 aan premies, € 0,46 aan rente en € 48,40 aan buitengerechtelijke kosten inclusief de btw daarover, te vermeerderen met verdere rente en kosten. Achmea legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] haar betalingsverplichtingen uit de door haar gesloten overeenkomst met Achmea niet nakomt. Hierdoor is er een premieachterstand ontstaan die [gedaagde] ondanks diverse aanmaningen niet heeft betaald. Achmea heeft haar vordering ter incasso uit handen moeten geven aan haar incassogemachtigde en hiervoor kosten gemaakt. Deze buitengerechtelijke kosten komen evenals de gevorderde wettelijke rente vanaf datum verzuim, op grond van de wet voor rekening van [gedaagde].

Het verweer

[gedaagde] betwist de vordering. Zij voert aan nimmer bij Achmea een woonverzekering via internet te hebben afgesloten, zodat van een overeenkomst tussen partijen geen sprake is. De polis staat bovendien niet op haar naam, maar op naam van “A.H. [gedaagde]”. [gedaagde] heeft al een inboedelverzekering bij London Verzekering onder polisnummer 3160628 en een aansprakelijkheidsverzekering onder polisnummer 3149986. De door haar ontvangen polisbescheiden heeft zij direct aan Achmea geretourneerd. Zij vermoedt dat haar ex-man de aanvraag heeft gedaan, maar dat kan zij niet aantonen.

De beoordeling

Achmea heeft het verweer van [gedaagde] dat zij geen overeenkomst heeft gesloten, weersproken door een printscreen over te leggen. Achmea blijft bij haar standpunt dat [gedaagde] de gegevens zelf heeft ingevuld, ondanks de kennelijke verschrijving van de initialen van [gedaagde], zodat, aldus Achmea, wel degelijk een overeenkomst tot stand is gekomen. Verder stelt Achmea dat zij de polisbescheiden nooit heeft terugontvangen.
Nu Achmea zich beroept op de rechtsgevolgen van de overeenkomst, waarvan het bestaan door [gedaagde] gemotiveerd wordt betwist, dient zij de totstandkoming ervan te bewijzen. Het uitsluitend in het geding brengen van een printscreen met algemene gegevens en bovendien verkeerde initialen, is, mede gelet op het verweer van [gedaagde], onvoldoende om aan te nemen dat [gedaagde] zélf de aanvraag heeft ingediend en daarmee het aanbod van Achmea via internet heeft aanvaard en dat een overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen. Niet uitgesloten kan worden dat, zoals [gedaagde] heeft gesteld, de aanvraag door een derde is ingevuld buiten medeweten van [gedaagde] om. Een handtekening op een aanvraag of overeenkomst is gewoonlijk een belangrijke aanwijzing voor het bestaan van een contract. De omstandigheid dat een handtekening van de aanvrager in dit geval niet aanwezig is, moet voor risico van Achmea komen. Derhalve is onvoldoende komen vast te staan dat de overeenkomst waarop Achmea zich beroept, bestaat, zodat de vordering moet worden afgewezen.
De proceskosten komen voor rekening van Achmea omdat deze in het ongelijk wordt gesteld.

De beslissing

De kantonrechter:
- wijst de vordering af;
- veroordeelt Achmea tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] tot en met vandaag worden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.