Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling
- het tijdens de behandeling tegen gedaagde verleende verstek.
2.De beoordeling
527,00
Rechtbank Noord-Holland
De Rechtbank Noord-Holland behandelde op 15 augustus 2014 een kort geding waarin eiseres, een naamloze vennootschap, vorderde dat gedaagde toegang verleent tot een onderpand aan een adres te zijn woonplaats. Gedaagde was niet verschenen, waarna verstek werd verleend.
Eiseres had gekozen voor een kort gedingprocedure in plaats van een verzoekschriftprocedure op grond van artikel 3:267 BW Pro, die lagere proceskosten voor gedaagde zou hebben betekend. De voorzieningenrechter vroeg waarom deze keuze was gemaakt, aangezien een verzoekschriftprocedure ook het beoogde resultaat kon bereiken.
Eiseres voerde aan dat het beheer van het verhypothekeerde goed aanzienlijke risico’s met zich meebrengt, zoals mogelijke kosten voor herstel van bouwkundige gebreken die door de gemeente kunnen worden opgelegd. Deze risico’s en de algemene risico’s verbonden aan beheer van onroerend goed maakten de keuze voor het kort geding begrijpelijk en gerechtvaardigd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de keuze voor het kort geding in dit geval gerechtvaardigd was en dat de extra kosten die daarmee gepaard gaan voor rekening van gedaagde komen, mede omdat gedaagde verplicht was toegang te verlenen en niet had gereageerd op verzoeken daartoe. Gedaagde werd veroordeeld tot het verlenen van toegang op specifieke tijdstippen en tot betaling van proceskosten van €1.228,80. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot toegang verlenen tot het onderpand en betaling van proceskosten van €1.228,80.