Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Vonnis in de zaak van:
[naam eiser], wonende te [plaats]
[naam gedaagde], gevestigd te [vestigingsplaats]
Rechtbank Noord-Holland
De werknemer trad op 26 april 2010 in dienst als internationaal chauffeur bij de werkgever met een 40-urige werkweek en een salaris van €2.075,24 bruto per vier weken. De arbeidsovereenkomst eindigde op 1 oktober 2012. Na beëindiging vorderde de werknemer betaling van niet uitbetaalde uren en overuren.
De werkgever voerde verweer dat de werknemer na een hersteldverklaring pas na drie dagen aan het werk ging en dat sommige overuren gecompenseerd waren via een tijd-voor-tijd regeling. Tevens stelde de werkgever dat de werknemer te laat had geklaagd over geschrapte uren.
De kantonrechter oordeelde dat de werknemer tijdig bezwaar had gemaakt conform de CAO en dat de werkgever onvoldoende bewijs leverde van een hersteldverklaring. De tijd-voor-tijd regeling werd niet onderbouwd. Daarom werd de vordering van de werknemer toegewezen, inclusief wettelijke rente en een gematigde wettelijke verhoging van 25%, plus buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: De werkgever is veroordeeld tot betaling van €1.349,35 bruto achterstallig salaris, wettelijke verhoging en rente, incassokosten en proceskosten aan de werknemer.