De rechtbank Noord-Holland heeft op 28 mei 2014 uitspraak gedaan in een echtscheidingsprocedure tussen man en vrouw, waarbij tevens de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap werd behandeld. Partijen zijn gehuwd sinds 1994 en hebben twee minderjarige kinderen, waarvan één tijdelijk uit huis geplaatst is. De man verzocht de echtscheiding uit te spreken wegens duurzame ontwrichting, hetgeen door de vrouw niet werd betwist.
De rechtbank wees het verzoek van de man tot opname van het ouderschapsplan af, omdat partijen geen overeenstemming bereikten. De hoofdverblijfplaats van de uit huis geplaatste minderjarige werd aangehouden in afwachting van een advies van Bureau Jeugdzorg. Met betrekking tot het huurrecht van de echtelijke woning kreeg de vrouw dit toegewezen vanwege haar WWB-uitkering en het ontbreken van alternatieve woonruimte, terwijl de man een vast inkomen van ruim € 40.000 bruto per jaar heeft.
De rechtbank stelde de kinderbijdrage van de vrouw aan de man vast op € 25 per maand en wees het verzoek van de vrouw om partnerbijdrage af, omdat de man na aftrek van kosten voor de kinderen geen draagkracht meer had. Partijen bereikten overeenstemming over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap, die door de rechtbank werd vastgelegd. De procedure met betrekking tot de hoofdverblijfplaats van de minderjarige en de bijdrage in haar kosten werd aangehouden tot 14 september 2014.